donderdag 20 mei 2010

Levende stenen


Sjaloom, salaam: vrede, leerden we de afgelopen weken zeggen, op reis door Israël en de Palestijnse gebieden. We bezochten de bekende plaatsen van de bijbelse verhalen. We stonden bij het meer van Galilea. We waren in Nazaret en in Bethlehem in de geboortekerk. We zagen in Hebron de tombe van Abraham en Sara, met aan de ene kant de moskee en aan de andere kant de synagoge, van elkaar gescheiden door kogelvrij glas. Pijnlijk zichtbaar was de verdeeldheid tussen de beide broedervolkeren: joden en moslims. In Jeruzalem stonden we met velen ingebed bij de Klaagmuur. We beklommen de Olijfberg en bezochten Yad Vasjem, met de beelden van de Holocaust, de ontzettende vernietiging van joden in de tweede wereldoorlog. In de stadsbus begonnen Palestijnse kinderen een gesprek en gaven ons een hand. “We are friends”. Hun aanrader: de El Aksa moskee. “It is good for you”. We zochten een weg in de complexiteit van dit zogenaamde heilige land.
Eigenlijk had het mij nooit zo getrokken. Waarom zou je er willen zijn? Wat vind je er, op de plekken waar Jezus geleefd had? Maar ik liet me verleiden voor deze reis, omdat deze niet gericht was op de dode stenen van heilige plaatsen. Het ging vooral ook om ontmoetingen met mensen, die als levende stenen bruggen bouwen naar een nieuwe, saamhorige toekomst. Mensen die niet mee willen gaan met het denken in vijandsbeelden, in de kampen van “wij” en “zij”. Zij zijn met weinigen, maar ze zijn er. Zij putten uit bronnen van liefde. Liefde voor de ander, de tegenstander, die het dagelijkse leven zo onmogelijk zwaar en onrechtvaardig maakt.
We hebben hoge, kilometers lange muren gezien met checkpoints, en lange rijen Palestijnen die opgesloten, verdreven en gediscrimineerd worden. We bezochten in een afgesloten joodse wijk een Amerikaan, met duits-joodse voorouders. Hij geloofde dat zijn God aan de joden dit land had beloofd.

Israël. Palestina. Dit is het thuisland van Jezus. Hier leefde hij de boodschap van recht, vrede en verzoening. Gaan in zijn voetspoor betekent: deze waarden hoog houden. Hij ging ons voor. Over grenzen en muren heen bleef hij de ander zoeken om wonden te helen en verzoening te brengen. Die levenshouding heeft hij ons nagelaten en overgeleverd. Dat is wat wij met Pinksteren vieren: dat zijn liefde over ons komt, en wij vol stromen met sjaloom, salaam: vrede!

zondag 18 april 2010

Troost zoeken


Op Goede Vrijdag stond haar vader, verslagen, voor de deur, met het bericht: ze is overleden. In de lente van het leven. Nog geen 33 jaar jong. Hoe zo, Goede Vrijdag? Op de rouwkaart de woorden: Frederieke hield van natuurlijke bloemen.
In de dagen van Pasen keek ik, onderweg, voortdurend om me heen naar bloemen in de natuur. Naar bomen die in knop kwamen. Ik zocht naar dat waar Frederieke van hield en mee verbonden was. De kastanje, die bezig was haar handjes te openen om kaarsjes te maken. De magnolia die in de kerkentuin begon te bloeien. De beukenhagen nog vol dorre bladeren. We wilden het zelf doen: een boeketje natuur samenstellen. Voor haar. Als troost.
In die dagen keek ik ook uit naar smeerwortel. Bij kruidenvrouw Trudy van Diepen had ik voor het herstel van de gebroken enkel van mijn man, een potje smeerwortelzalf ge-kocht. Een klein potje. “Maar, je kunt het gemakkelijk zelf maken! Het recept staat in mijn boekje” zei Trudy. Dus zochten mijn ogen de bermen af naar smeerwortel. En toen ik de eerste ontwaarde, begreep ik, dat die zich niet zomaar, met wortel en al, liet oog-sten. Màg dat eigenlijk wel, een plant met wortel en al uitspitten van de bermkant? Ik vond het spannend om te doen, om met een schop en een plastic zak op weg te gaan en de klus te klaren. Ik had al een plek gevonden met veel smeerwortel. Ik wachtte tot het ging schemeren. Bij het graafwerk verbaasde ik mij, hoe diep de penwortel zich in de grond had geboord, en hoe bijzonder het wortelstelsel zich had vertakt. Het was al gauw genoeg. Ik kon aan het werk met de zalf: mengen, verwarmen, au bain marie, en wachten. Zo blij ben ik dan, met deze ontdekkingen, met dat je dit zelf kan vinden, kan opdiepen uit het donker van de aarde. Dat het er zomaar is. Dat je het zelf kunt maken.
Zalf is het symbool van de heilige Geest. Op weg naar Pinksteren deel ik nu mijn smeerwortelzalf. Om de wonden en kneuzingen te verzorgen en te helen.
Door de warmte van de lentezon bloeit alles open. Het is een pracht, de bloesems in de fruittuinen. Maar we weten ook van de pijn, van nachtvorst. En dat je soms niets kan doen….

maandag 29 maart 2010

Dubbelzinnig Palmpasen

Bij een vriendelijke dame, die niet van de kerk is, en die zichzelf tegenover mij een hei-den noemde, flapte ik er zomaar uit: dat zou ik ook wel willen zijn, heiden - ongecompliceerd! Het lokt: niet meer bezig hoeven zijn met alle gedoe van de kerk, met de dingen die daar gebeuren en die niet kùnnen. Wat er allemaal niet aan het licht gebracht wordt! Het houdt niet op. En dan zijn er ook nog natuurrampen, oorlogen en ziekten die op gods naam worden gezet. Het bezwaart me, in gesprekken. God en de kerk die zich schuldig maken aan zoveel onheil. Ach, was ik maar heiden. Dan kon ik deze lasten naast me neer leggen.

Zondag is het Palmpasen. Toch ook wel een heidens feest. Alle (gelovige en heidense) kinderen zijn van harte welkom in onze kerk in Hoogkarspel, om de kale houten kruizen te versieren met groene takjes en vrolijke linten, met paaseitjes, kuikentjes en slierten rozijntjes. Van de kruizen worden levensbomen gemaakt. Bovenop komt een broodhaan. Als haantje de voorste, de hoogste. Hij weet van het opkomend licht. Van het begin.

Eigenlijk mooi, als we de twee – christen en heiden – weten te verbinden. De christelijke feesten hebben hun heidense wortels. Zij wortelen in de natuur, de seizoenen, zaaien en oogsten, leven en sterven. Pasen is lente, licht en leven, nieuwe geboorte. En ik geniet ervan: van het licht en de warmte van de zon, van de vogels, van alles wat wakker geroepen wordt en de tuin die zomaar in bloei gaat staan. Zomaar? Moest er niet hard gewerkt, gesnoeid? Ook het onkruid schiet op. Het gaat er lang niet vredig aan toe, in de tuin. Zie de kat loeren op jonge vogeltjes.

Palmpasen. Een vrolijke optocht willen we. Voor Jezus, de Koning van de vrede! We verlangen naar andere tijden. Ja, wie niet? Palmpasen is het feest van de twee gezichten van mensen: laaiend enthousiast, en diep teleurgesteld. Eerst vol lof over de komst van Jezus, een paar dagen later roepen ze, massaal: “kruisig hem!” Ze hebben zich laten om-praten. Ze waren bang. Zo menselijk is het, Palmpasen: een kwetsbare man op een ezeltje. Hij was niets. Hij was alles. Om hem klinkt een lied: Hosanna, ei koer ei – eleison koerie. Maar wij zijn vreemdelingen, en moeten zijn taal nog leren.

vrijdag 5 maart 2010

Geheim

Het gebeurde mij eens, dat ik in de R.K. viering genodigd was vanwege een jubilerende collega. De vraag drong zich op, of ik wel of niet te communie zou gaan. Voelde ik me voldoende thuis? Werd ik van harte uitgenodigd om mee te doen? Het leek mij beter om het aan mij voorbij te laten gaan. Ik had mijn eigen gedachten. Dat was voor mij genoeg. Maar een goede protestantse kennis, die met mij was gekomen, ervoer het an-ders en ging naar voren. Toen zij even later bij mij in de bank weer aanschoof, opende ze haar hand, brak en deelde met mij de ontvangen hostie. Als een geheim. Zij vond dat zij dit als gelovige zo moest doen. En ik kon geen “nee”zeggen. Maar het kan en mag niet. Het zou wellicht aangemerkt kunnen worden als het verstoren van de kerkelijke eredienst. Dat is een wetsovertreding.

Soms lukt het echter niet om de geheimen achter gesloten deuren verborgen te houden en komt de waarheid aan het licht. Ontluisterend. Zoals dit jaar met Prins Carnaval tijdens de mis in Reusel. Als dominee zou ik veel moeite hebben om een Prins Carnaval in de kerk te zien, en dan ook nog aan het heilig avondmaal. Voor mij is dat ondenkbaar. De man die de sleutels van de stad opeist en alles op zijn kop zet. Regels tellen even niet meer. Wat moet je met hem in de kerk? En wat wil hij daar? Ook de sleutels van Petrus?
Ik probeer een andere variant. Hoe dat zou zijn met Sinterklaas. De Goedheiligman. Elk jaar heet ik hem welkom. Ook in de kerk. Dat wil zeggen: met zijn verrassingen, gedichten en letters. Hij is onzichtbaar, verborgen aanwezig. Hij moet niet in levende lijve komen, en in de kring komen staan om het avondmaal te vieren. Want daar gaat het om jezelf, om wie je bent. Onvoorwaardelijk. En het gaat niet om de rol die je speelt.

Het is kerk en wereld op zijn kop gezet. Letterlijk en figuurlijk. Dat je in de kerk wel je rol mag spelen, maar niet jezelf mag zijn. Er zijn mensen die dat doorbreken. Soms als openlijk protest, soms in het verborgene, breken en delen zij het geheim van het leven:
je mag er zijn, en je zult aan het licht komen!

donderdag 11 februari 2010

Parels

Op de grond in ons midden, een goudkleurig kleed. Daarop meanderend, een parelsnoer. Daarbij, een beeldje van een open hand waarin één parel ligt. Het werd mij eens gegeven met de woorden: “Weet, je bent voor ons hartstikke kostbaar. Een parel in Gods hand.” Het paste nu goed bij het geheel. We zitten aandachtig aaneengeregen in een kring om het kleed, voor de meditatie-vesper. Het parelsnoer zag ik als symbool voor de gelovige gemeenschap, voor het spoor dat zij in de geschiedenis achterlaat. Elk pareltje is kostbaar en mag er zijn. De draad is het, die alles en allen verbindt. De draad is de liefde, de solidariteit, de (Geest van) God. Er moet ruimte, een leegte in ons zijn. Anders kan de draad je niet opnemen in het snoer, en is er geen verbondenheid. Ik zag het waardevolle van onze open kring, rond dit kostbare midden.

Dit jaar beweeg ik mensen om, op weg naar Pasen, mee te doen met de sacrale dans. “Kom, sta op, en breng elkaar in beweging” staat op de folder. We zullen ons oefenen in meditatieve dansvormen. Voor onze kerk in Hoogkarspel is dit nieuw, en dus spannend. We gaan bewegen rond een “midden”. Dat midden is het punt van aandacht en concentratie. Het gaat daarbij ook over ons eigen midden, over onze kern, onze leegte. We cirkelen als het ware om het Mysterie. We worden een sacrale ruimte. Sacraal in de zin van heilzaam en helend.

In de Protestantse Kerk staat het Woord, staan de woorden centraal. Alles beweegt daaromheen. Door het Woord worden we bewogen. Maar met de dans maken we een vertaalslag. We gaan aan het werk met onszelf. We zoeken naar verborgen gebleven schatten. En de oogst is groot: velen meldden zich aan om mee te doen. De kring is vol. Of moeten we meer ruimte scheppen? Of nog weer een andere kring? In mijn hoofd zin-gen de woorden van Psalm 126: “Een mens gaat zijn weg en zaait onder tranen. Zingende keert zij terug met haar schoven.” Tranen zijn parels die opwellen uit de diepe bron van de ziel. Parels van verdriet. Parels van vreugde.

We verbeelden ons kostbare parels te zijn. In een snoer. Of niet. Snoeren kunnen breken en vallen uit elkaar. Er worden weer nieuwe geregen. We gaan verloren en worden ge-vonden in nieuwe verbanden. Rond het midden.

woensdag 27 januari 2010

Waardevol bijdragen

Wat is de waarde van een kerk? Januari is de maand van de actie Kerkbalans. Deze actie vraagt van de kerkleden een financiële bijdrage. “Een kerk is van blijvende waarde”, staat op de wervende folder. Hoe zo, van blijvende waarde? De vraag naar haar waarde is te vergelijken met het vragen naar de waarde van een vriend/in. Je denkt: welke vriend/in? Hoe en wanneer weet je, wat een vriend/in waard is? Dat is in tijden van ziekten en tegenslag. Dan leren we onze vriend/innen kennen. We zijn verrast door de onverwachte aanwezigheid van enkelen. En er is de teleurstelling: van sommigen hoor je niets. Ze bellen niet. Ze zijn er niet. Niet op het goede moment. Niet op de juiste manier. Het is niet te geloven.

Een kerk, van blijvende waarde? Dat is een kerk die betrokken is op God en op mensen, op vrede en recht in de wereld, op de vragen van leven en sterven, nu en in de toekomst. Een kerk dient haar waarde uit te drukken in haar gelovige grondhouding. Zij zal zich inzetten voor mensen, voor het leven, voor de schepping, en nabij zijn, vooral in tijden van tegenslag.

Er zijn dingen die niet te betalen zijn. Geloof en gebed zijn niet in geld uit te drukken. Daar is het te kost-baar voor. Het is niet te koop. Het is van een andere orde. Een familie vroeg mij om hen te begeleiden bij de uitvaart van hun moeder. De eerste vraag van één van de kinderen was: wat zijn de kosten? Voor mij, als dominee, is dat een lastige vraag. Ik kan mijn bijdrage uitdrukken in arbeidsuren, en daar kunnen we dan euro’s van maken. Maar zo wordt er in onze kerk niet gerekend. We gaan uit van een ander draagvlak, van zoiets als dienst en wederdienst. Als dominee mag ik vanuit de kerk mijn werk doen met een stuk zorgeloosheid. Het komt wel goed met de bijdrage, straks. En ik denk aan bijdragen, ook in de vorm van inzet en betrokkenheid bij dat hele netwerk van kerkelijke activiteiten.

Maar komt het goed? Ik hoop het. Er is veel uit balans geraakt, in de wereld van de kerken. Verwachtingen. Vertrouwen. De kerk is voor velen een vreemde geworden. Maar vreemden kunnen vriend/innen worden. Dat is van onschatbare waarde.

zaterdag 16 januari 2010

Sporen sneeuw


Bij alle ongemakken die er zijn, met de sneeuw, geniet ik toch vooral van de nieuwe aanblik van alles. Het verrassende. Elke morgen ben ik benieuwd, wat de nacht ervan gemaakt heeft. Wonderlijk, hoe de wereld kan veranderen door de sneeuw. Vrolijker geworden, maar ook ingetogener. De ene keer bekleed met een fijn dun nieuw kleed. Dan weer ligt er een dik pak en is alles in een zware jas gestoken. Op bomen en struiken zijn grote toeven wit gespoten, als feestelijke slagroom. Maar vaak te overdadig, te veel, want we zien de zwaarte, hoe planten er diep onder gebukt kunnen gaan.

Mooi vind ik ook de sporen, die achterblijven in de sneeuw. Sporen van vogels, van honden en hazen. Sporen van mensen, de vroege eerste fietssporen van de krantenvrouw naar de brievenbus. Sporen van sleeën. Je ontdekt in afdrukken ongeziene dingen, die voorbij zijn gegaan. Je kijkt achterom naar je eigen voetspoor en denkt: hé, ben ik dat?
We wandelen door de verkaveling naar Enkhuizen, en van de Wijmers naar de dijk bij Schellinkhout. Het IJsselmeer: een poollandschap. Je ziet je eigen schaduw vallen over de witte sneeuw.

Mensen krijgen een ander tempo. We moeten wel onthaasten. Deze tijd is anders. Het is winter. Op de trottoirs is er geen doorkomen aan. Mensen beginnen de sneeuw weg te scheppen. Nieuwe wegen te banen voor voetgangers. Op de stoep maken ze een praatje met de buren. Het leven wordt ontdekt, met elkaar.

Sneeuw is vluchtig. Het kan zo weer weg zijn. We willen het vasthouden, deze schoonheid. We maken foto’s van al het witte. Ik plakte mijn foto’s op een zwarte ondergrond, om ze als kaart te versturen. Ik zocht de witte inkt en mijn kroontjespen. Ik strooide sporen 'sneeuw' en maakte er zwierige zinnen van. Ik schrijf wit op zwart, zoals het ook buiten is gedaan. Ik voel me erg van deze tijd.

Het zal zo weer gedaan zijn. De mollen kondigen de verandering vanuit hun ondergrondse met zwarte hopen aan. Zij zeggen ons, dat onder de laag sneeuw het leven bewaard is en verder gaat. Straks zal alles weer anders aan het licht komen. Kleurrijker. De klokjes maken zich in het verborgene op om een nieuwe lente in te luiden.