dinsdag 11 juni 2013

Toevallig vakantie geluk



Maandag 3 juni jl. reisden Wim en ik met een vol bepakte fiets met de trein naar Rostock – een stad aan de Oostzee in Duitsland, ten noorden van Berlijn. Drie keer moesten we overstappen: in Amsterdam, Osnabrück en in Hamburg. De laatste overstap was in de late middag, in de drukke spits. Maar wonderwel lukte het om op de juiste tijd op de goede plek op het perron te staan, zodat fiets, bagage en wijzelf in de trein konden komen.  Het liep als een trein, helemaal tot Rostock.

 Dinsdag 4 juni  begonnen we de fietstocht naar het zuiden, de Hof Uhlenkrug van Longo Mai in Finkental. De route was gevonden op internet. En we kochten een kaart in Rostock. Ja, er waren tegenvallers: een zogenaamde fietsroute blijkt toch over een drukke - voor fietsers levensgevaarlijke - weg te gaan. Op goed geluk kozen we een alternatief. En dat bleek  wonderlijk mooi uit te pakken: door bossen, over onverharde en toch nog begaanbare wegen, en langs heidevelden. We zien reeën en slangen, nog geen beren. We horen hoog in de lucht steeds weer de leeuwerik en zijn gelukkig.
En dan het weer. Elke dag wordt het nieuws beheerst door de catastrofe van hoogwater in  Donau en Elbe. In het zuiden van Duitsland regent het. En wij hebben elke dag opnieuw een heerlijke zon met een frisse wind.
De huisvesting  moest elke dag worden gezocht. We vonden het via het Toeristen info bureau, en dachten verder ook met Internet een plek te vinden. Het lukte niet altijd om met onze lap-top verbinding te krijgen.  En het toeristenbureau bleek vaak gesloten, als wij voor de deur stonden. En steeds was er een  weggetje: we vonden een folder met een goed adres, er hing een lijstje met B&B adressen. We vonden wat we nodig hadden.

Zaterdag staken we in Wittenberge de grote watervloed van de Elbe over, om naar ons afgesproken adres in Beuster (Seehausen) te gaan: een huisje dat klein en kwetsbaar aan de Elbedijk lag. De sfeer in de hele regio was erg gespannen. Mensen kwamen naar de dijk: kijken hoe hoog het water stond. De vraag was: hoe zal het  verder stijgen? Dinsdag werd de hoogste waterstand in Wittenberge verwacht. Honden blaften, paarden hinnikten en draafden onrustig door de wei. Maar de boeren zagen wij “gewoon” aan het werk: gras maaien, hooi schudden en het land bemesten. Hoe zei M. Luther het: “Als morgen de wereld vergaat, plant vandaag nog een appelboom”. Leef in het nu, en doe wat je moet doen.

Een vreemde tocht. Geluk en spanning. Het ervaren van de machteloosheid van een mens tegenover de grote vloed. En toch tot het eind de strijd ermee aangaan. Tot het eind zakken met zand blijven vullen, met ‘alle hands aan dek’ om de dijk te verstevigen en te verhogen.

Doen wat je kunt doen.
Samenwerken, op hoop van zegen.

donderdag 6 december 2012

Blessure-tijd




Op maandag 3 december reisde ik met de trein van 15.50 uur van Hoorn naar Heerhugowaard-Den Helder.
In Obdam bleef de trein staan. Het was 16.00 uur.
Er werd omgeroepen, dat er iemand in de trein gevallen was, en dat haar knie uit de kom was. Een ambulance was gebeld. Van ons werd geduld gevraagd.

In de trein ontstonden interessante gesprekken. Kan deze vrouw niet uit de trein geholpen worden?  Er werd gezegd, dat het heel erg pijnlijk is: een knie uit de kom. Dat moet je stil laten liggen. We leefden oprecht mee. We hoorden een voertuig met loeiende sirene naderen. Het was de politie. De ambulance liet op zich wachten. Buiten de trein kwamen steeds meer mensen staan, voor een praatje, en voor een rokertje. We wisselden creatieve oplossingen uit: als de trein meteen naar Alkmaar was doorgereden, was deze vrouw al lang en breed in het ziekenhuis geweest.
We zochten de conducteur en legden deze gedachten bij hem neer.

Wij hoorden van hem, dat hij een protocol diende te volgen. Dat protocol zei: de vrouw mag niet vervoerd en moet wachten op de hulpdiensten van een ambulance. Handelde hij naar andere, redelijke inzichten, dan kreeg hij zijn ontslag.
Hij had thuis een vrouw en kinderen….

In deze tijden van crisis hadden wij alle begrip voor zijn standvastigheid. Dus wachtten wij, in de grote verlatenheid van station Obdam. Een plek die geen ambulance lijkt te kunnen vinden. Na drie kwartier zagen wij een vrouw, met haar knie ingezwachteld, toch over het perron langs de trein hinken, ondersteund door een mannelijke hulpverlener. Wij weten niet welk een wonder er gebeurd was, maar we konden vertrekken.
In al die tijd was er geen treinverkeer geweest  tussen Hoorn en Heerhugowaard en vice versa. 
Wat we hiervan moeten leren: als u komt te vallen of onwel wordt in de trein, ernstig of minder ernstig, waarschuw nooit de conducteur op het moment dat de trein in Obdam staat. Want dan gebeurt er lange tijd helemaal niets. Beter is even te wachten en door te gaan naar of Hoorn of Alkmaar. Dan bent u bij een ziekenhuis.

Blijft u in Obdam, dan is er wel een kerk, de Sint Victor. Daar woont en werkt Oranje-pastoor Paul Vlaar.
Zou hij in blessuretijd wellicht verlichting kunnen schenken, of - voor wie gelooft - een wonder verrichten?

Ds. Ineke van Middendorp-Sonneveld
Den Helder

woensdag 22 augustus 2012

Wat en Halfwat

foto: Eric van der Eijk


Pastoor Paul Vlaar met zijn slanke, oprijzende gestalte en ik, we stonden op zondagmorgen 19 augustus jl. als wat en half wat voor een kleine duizend mensen in de Kathedraal op Willemsoord, in een kerkdienst van de Helderse Visserijdagen. Ik vroeg:“Hoe moet het nu met de microfoon, als we in samenspraak de zegen geven?” Pastoor Paul zei: “Ik ga wel wat door de knieën, en jij rekt je gewoon wat op!”
Het was een bijzonder gebeuren. Pastoor Paul hield de preek. Met enkele anekdotes en een persoonlijk verhaal, over vissen. Dat het onze roeping is om vissers van mensen te zijn. De kerken worden leger. We gooien onze netten wel uit maar er wordt weinig of niets gevangen. Dan moet je – zegt Jezus – de diepte zoeken. En het over een andere boeg gooien. Wees op mensen betrokken en creatief.
En hij vertelde hoe twee jaar geleden Nederland, doordat zij in de finale kwam van het Wereldkampioenschap voetballen, oranje kleurde. En dat door zijn betrokkenheid ook zijn toga die zondag oranje werd, en er een doel op het altaar kwam, en hij in de kerk, de aftrap deed. Dat alles deed hij, vanuit zijn roeping, als visser van mensen. Om mensen te vangen, en te boeien voor het evangelie. Maar hij werd geschorst, zonder dat er een gesprek was geweest, zonder dat hem gevraagd werd naar zijn beweegredenen. “Toen brak er iets in mij”, zei Pastoor Paul. En wij voelden de pijn, zijn pijn, en onze eigen pijn, het gebroken worden doordat mensen je zomaar hard kunnen laten vallen…Mensen met wie je nauw samenwerkt. Van wie je het niet verwacht.   
Daar stond hij: pastoor Paul. Nu ook vlootaalmoezenier in Den Helder. Een mens uit één stuk. Gebroken, geheeld, opgestaan. Hij wist alle aandacht te vangen, en oogstte na de preek een spontaan applaus. Heel wat en half wat: we hadden veel met elkaar te delen, en wisten van de zegen, van God die boven en onder ons is, die ons omringt en draagt, die met ons meegaat om de diepte te zoeken, om creatief te zijn, en vooral ook: om vanuit de verzoening te leven.

vrijdag 20 juli 2012

Weemoed



Weemoed is het, wat me deze laatste tijd steeds weer overviel bij het inpakken van dingen voor de verhuizing. Van alles van de afgelopen 15 jaren ging door mijn handen en gedachten. Het mooie en het lastige. Soms was er het onverwachte ontdekken van wat bijna vergeten was. Een gevoel van grote rijkdom gaf het. De afscheidsdienst is Westwoud was warm en betrokken. Er zijn heel veel goede herinneringen. Dozen vol pakten we in. En maandagmorgen jl. werd het allemaal ingeladen in grote verhuiswagens. Vier sterke mannen liepen af en aan. Om half elf reden we weg en het was weemoed, wat ik voelde, zo vorstelijk hoog in die vrachtauto gezeten, die van het Raadhuisplein van Hoogkarspel afdraaide en naar Den Helder vertrok. Hier woonde en werkte ik. Het is verleden tijd geworden.

En nu, hier verder. Het begint met alles weer uitpakken en een nieuw plekje geven. Alle spulletjes worden er anders van. Ze staan in een ander licht, op een andere plek in een vreemde context. Bijzonder, om dat te zien. En zo ook ikzelf. Ook mijn context wordt een andere. Andere mensen, een andere stad. Maar met dezelfde vragen: over vreugden en verdriet, winnen en verliezen, angsten en emoties, en over bezit. Hoe leer je goed met jezelf en met mensen en dingen omgaan? 
En dan blijkt het in Den Helder ook weer verrassend hetzelfde te zijn: net als in Hoogkarspel is men druk bezig met plannen voor het bouwen van een nieuw Gemeentehuis.   

Zondag word ik in de Johanneskapel van Den Helder bevestigd als predikant en gezegend. Het evangelieverhaal wordt gelezen. Het gaat over de apostelen die uitgezonden waren door Jezus en die niets mee mochten nemen voor onderweg dan alleen een staf. Hoe zij weer terugkomen bij hun Bron, bij Jezus. Zij zijn bewogen door alles wat zij onderweg met mensen meemaakten. 
En zie mij, met al mijn spullen naar Den Helder komen. Hoe is dat te rijmen?

Met mijn afscheid van Westfriesland moet ik ook als columniste van de Westfriese editie van het NHD afscheid nemen. Maar ik blijf schrijven. U kunt mij blijven volgen op mijn blogspot. Ik hoop dat u van de nieuwe columniste in de krant mooie en inspirerende columns zal lezen. 
Het ga u allen goed! 
Ook dit afscheid stemt mij weemoedig. 

zaterdag 23 juni 2012

Over grenzen.



We hebben vakantie en wilden eropuit. Thuis had zich wel een aantal klussen opgestapeld: behalve allerlei geregel voor onze verhuizing naar Den Helder - opruimen en inpakken hier, verven en opknappen van het huis daar – moest er een liturgie gemaakt worden. Er waren een paar mensen die op een bezoek van mij wachtten. Ook mijn man kon niet weg: er moesten zaken met vluchtelingenwerk geregeld en verslagen gemaakt worden. En onze kinderen meldden zich. De één had een feestje, de ander een klus voor vader, en onze kleinkinderen in Nijmegen: moesten die geen aandacht? Daarom werd er wat met vrije dagen geschoven. Ons plan was te fietsen langs de Maas, van monding naar bron. Ineens kwam Nijmegen nadrukkelijk in beeld: was dat niet de Maas? Er werden grenzen verlegd. Grenzen tussen vakantie hebben en werken.

Er zijn allerlei grenzen. Soms worden die scherp getrokken. Soms zijn ze vaag. Er zijn grenzen tussen verschillende kerken en “geloven”. “Van welke geloof bent u eigenlijk?” vroeg iemand mij, die hoorde dat ik dominee was. Ik zei: “Van het christelijk geloof ”. Hij vroeg: ”Is dat iets gereformeerds?” Hij bleek helemaal niet thuis te zijn in de wereld van geloven. Hij noemde zich een atheïst. Geloof zag hij als bron van oorlog en narigheid. Hij wilde er niets mee te maken hebben en hoefde er ook niets over te weten. Ook niet van mij. Het voelde ongemakkelijk.  

Voor mij is “geloven” een zoeken naar de bron, en het weten van de monding. Het gaat over het begin en eind van je levensweg, over dragende grond, over licht en donker, en over de beweging, waarin wij opgenomen zijn en vrede kunnen vinden. Het gaat ook over oorlog en narigheid, en hoe wij dat zullen overwinnen.  Het gaat over grenzen, en over grenzen gaan om de ander te ontmoeten en jezelf te leren kennen. Het gaat eigenlijk over alles.

Den Helder is voor mij een nieuw en een ander werkgebied. Het is niet te vergelijken met Westfriesland en toch blijft veel hetzelfde. Ook daar: verstokte (on)gelovigen, die geen grens over willen. En vluchtelingen die in de bureaucratische rompslomp verstrikt raken en geen plek vinden. Maar steeds weer zijn er mensen, die grensverleggend bezig willen blijven.

vrijdag 25 mei 2012

Afscheid

’s Morgens vroeg was er een telefoontje van mijn oudste zus: Moeder is ziek. De dokter is geweest. Longontsteking. Het ziet er niet zo goed uit. Om 12.00 uur komt hij weer terug. Om 10.00 uur belde zij weer. Moeder is overleden. In de lucht rommelde het. Ik hoorde een donderslag. Alsof de hemel in beroering was. Maar geef daar geen vreemde interpretaties aan. Mijn moeder geloofde niet dat de gestorven geliefden haar bij de hemelpoort zouden opwachten. En dat er met deuren geslagen zou worden. Voor haar was God een groots mysterie, waar we eerbied voor zullen hebben. ’s Avonds om 18.00 uur zaten we met elkaar rond de tafel met de dominee, om haar afscheid voor te bereiden, en vertelden we onze verhalen. We ontdekten hoe we van elkaar verschillen. Acht kinderen, geboren uit dezelfde ouders, op dezelfde plek opgegroeid en opgevoed, en toch zo anders. Ook hoe we onze moeder hebben beleefd. Intensieve dagen werden het. Ik bleef overnachten in Maasdijk. Ook dat was bijzonder: het optrekken met eigen broers en zussen op die vertrouwde plek, waarvan ik al veertig jaar geleden weggegaan ben. En nu, een paar weken na het afscheid, zijn er weer andere dingen die moeten gebeuren: het opruimen, het leeghalen van laadjes en kasten. Zien wat er is, wat er was, wat bewaard bleef. Gesprekken. Ik vind een stapel brieven die ik als student aan thuis schreef. Nee, weggooien kon mijn moeder niet. Ik lijk op haar. Het ene afscheid raakt aan het andere. Ook in Hoogkarspel moeten we opruimen. We hebben besloten om in juli naar Den Helder te gaan. We hebben hier een pastorie vol herinneringen. In de 15 jaar dat we in West Friesland wonen, is er veel gebeurd. Er zijn vele brieven, er ligt een grote stapel liturgieën en preken, die ik nooit weggooide. Het gaat allemaal door mijn handen, het pijnlijke en het dierbare. Wat mag mee, en wat moet weg? We gaan kleiner wonen. Er moet ruimte geschapen worden. Dit is Pinksteren: loslaten. Bevrijd worden. In beweging komen en opruimen. Ruimte scheppen voor het nieuwe.

vrijdag 27 april 2012

Om te huilen

Een mand met uien op de tafel voorin de kerk met Pasen, had ik bedacht. Mijn voorstel viel niet in goede aarde. Ze stinken, werd gezegd. Dus hebben we het niet gedaan. Andere jaren stonden er eieren: groot en klein, gaaf, gekneusd en bevuild, alles verzameld en samengebracht in één mand. Pasen en eieren, dat ligt voor de hand. Maar waarom uien? Omdat uien tranen betekenen, legde ik uit. En omdat Pasen niet alleen maar vrolijkheid is. Het is ook huilen, om alles wat er gebeurd is. Huilen over het onrecht in de wereld, de kromme rechtspraak, de lafheid en angst van mensen. En door je tranen heen getroost worden en opnieuw beginnen. Ik dacht aan uien, omdat mijn broer er een hele schuur vol van heeft. Hij wacht op een koper. In het najaar oogstte hij van 8 ha. 550.000 kilo uien. Er waren in Europa geen rampen. Een boerenwijsheid zegt dat het een ramp is, als er nergens een ramp is. Want dan is er geen vraag vanuit het buitenland. Dan is er een overschot en is het niets meer waard. Ook al is het nog zo’n mooi, kostbaar product, dat met vreugde gezaaid en geoogst, en met zorg bewaard is. Het was de bedoeling dat ze tenslotte met smaak opgegeten zouden worden. Het is zonde, als dat dan niet gebeurt. Als ze weggegooid worden. Ach, zegt mijn broer, dat is het risico van het vak. Je kunt ook voor producten kiezen, die meer zekerheid geven. Dan is het leven en het werk minder spannend. Maar dit is hard. Na Pinksteren zal hij wellicht die hele grote berg uien weer over het land uitrijden, en onderploegen. Alles is tevergeefs geweest. Geïnvesteerd en hard gewerkt, voor niets. Met Pinksteren, bedenk ik nu, moet er echt een mand met uien op de tafel voorin de kerk staan. We kunnen vinden dat ze stinken, maar de geur geeft mensen ook lucht en adem. Pinksteren is het feest van de heilige Geest. Van nieuwe adem. Van de nieuwe oogst! We kunnen weer verse groenten eten uit eigen tuin. Er zijn prachtige lente-uitjes. De oude oogst zal moeten worden opgeruimd. Het is uithuilen en opnieuw beginnen. Een nieuwe gok. Op hoop van zegen.