Op de grond in ons midden, een goudkleurig kleed. Daarop meanderend, een parelsnoer. Daarbij, een beeldje van een open hand waarin één parel ligt. Het werd mij eens gegeven met de woorden: “Weet, je bent voor ons hartstikke kostbaar. Een parel in Gods hand.” Het paste nu goed bij het geheel. We zitten aandachtig aaneengeregen in een kring om het kleed, voor de meditatie-vesper. Het parelsnoer zag ik als symbool voor de gelovige gemeenschap, voor het spoor dat zij in de geschiedenis achterlaat. Elk pareltje is kostbaar en mag er zijn. De draad is het, die alles en allen verbindt. De draad is de liefde, de solidariteit, de (Geest van) God. Er moet ruimte, een leegte in ons zijn. Anders kan de draad je niet opnemen in het snoer, en is er geen verbondenheid. Ik zag het waardevolle van onze open kring, rond dit kostbare midden.
Dit jaar beweeg ik mensen om, op weg naar Pasen, mee te doen met de sacrale dans. “Kom, sta op, en breng elkaar in beweging” staat op de folder. We zullen ons oefenen in meditatieve dansvormen. Voor onze kerk in Hoogkarspel is dit nieuw, en dus spannend. We gaan bewegen rond een “midden”. Dat midden is het punt van aandacht en concentratie. Het gaat daarbij ook over ons eigen midden, over onze kern, onze leegte. We cirkelen als het ware om het Mysterie. We worden een sacrale ruimte. Sacraal in de zin van heilzaam en helend.
In de Protestantse Kerk staat het Woord, staan de woorden centraal. Alles beweegt daaromheen. Door het Woord worden we bewogen. Maar met de dans maken we een vertaalslag. We gaan aan het werk met onszelf. We zoeken naar verborgen gebleven schatten. En de oogst is groot: velen meldden zich aan om mee te doen. De kring is vol. Of moeten we meer ruimte scheppen? Of nog weer een andere kring? In mijn hoofd zin-gen de woorden van Psalm 126: “Een mens gaat zijn weg en zaait onder tranen. Zingende keert zij terug met haar schoven.” Tranen zijn parels die opwellen uit de diepe bron van de ziel. Parels van verdriet. Parels van vreugde.
We verbeelden ons kostbare parels te zijn. In een snoer. Of niet. Snoeren kunnen breken en vallen uit elkaar. Er worden weer nieuwe geregen. We gaan verloren en worden ge-vonden in nieuwe verbanden. Rond het midden.
donderdag 11 februari 2010
woensdag 27 januari 2010
Waardevol bijdragen
Wat is de waarde van een kerk? Januari is de maand van de actie Kerkbalans. Deze actie vraagt van de kerkleden een financiële bijdrage. “Een kerk is van blijvende waarde”, staat op de wervende folder. Hoe zo, van blijvende waarde? De vraag naar haar waarde is te vergelijken met het vragen naar de waarde van een vriend/in. Je denkt: welke vriend/in? Hoe en wanneer weet je, wat een vriend/in waard is? Dat is in tijden van ziekten en tegenslag. Dan leren we onze vriend/innen kennen. We zijn verrast door de onverwachte aanwezigheid van enkelen. En er is de teleurstelling: van sommigen hoor je niets. Ze bellen niet. Ze zijn er niet. Niet op het goede moment. Niet op de juiste manier. Het is niet te geloven.
Een kerk, van blijvende waarde? Dat is een kerk die betrokken is op God en op mensen, op vrede en recht in de wereld, op de vragen van leven en sterven, nu en in de toekomst. Een kerk dient haar waarde uit te drukken in haar gelovige grondhouding. Zij zal zich inzetten voor mensen, voor het leven, voor de schepping, en nabij zijn, vooral in tijden van tegenslag.
Er zijn dingen die niet te betalen zijn. Geloof en gebed zijn niet in geld uit te drukken. Daar is het te kost-baar voor. Het is niet te koop. Het is van een andere orde. Een familie vroeg mij om hen te begeleiden bij de uitvaart van hun moeder. De eerste vraag van één van de kinderen was: wat zijn de kosten? Voor mij, als dominee, is dat een lastige vraag. Ik kan mijn bijdrage uitdrukken in arbeidsuren, en daar kunnen we dan euro’s van maken. Maar zo wordt er in onze kerk niet gerekend. We gaan uit van een ander draagvlak, van zoiets als dienst en wederdienst. Als dominee mag ik vanuit de kerk mijn werk doen met een stuk zorgeloosheid. Het komt wel goed met de bijdrage, straks. En ik denk aan bijdragen, ook in de vorm van inzet en betrokkenheid bij dat hele netwerk van kerkelijke activiteiten.
Maar komt het goed? Ik hoop het. Er is veel uit balans geraakt, in de wereld van de kerken. Verwachtingen. Vertrouwen. De kerk is voor velen een vreemde geworden. Maar vreemden kunnen vriend/innen worden. Dat is van onschatbare waarde.
Een kerk, van blijvende waarde? Dat is een kerk die betrokken is op God en op mensen, op vrede en recht in de wereld, op de vragen van leven en sterven, nu en in de toekomst. Een kerk dient haar waarde uit te drukken in haar gelovige grondhouding. Zij zal zich inzetten voor mensen, voor het leven, voor de schepping, en nabij zijn, vooral in tijden van tegenslag.
Er zijn dingen die niet te betalen zijn. Geloof en gebed zijn niet in geld uit te drukken. Daar is het te kost-baar voor. Het is niet te koop. Het is van een andere orde. Een familie vroeg mij om hen te begeleiden bij de uitvaart van hun moeder. De eerste vraag van één van de kinderen was: wat zijn de kosten? Voor mij, als dominee, is dat een lastige vraag. Ik kan mijn bijdrage uitdrukken in arbeidsuren, en daar kunnen we dan euro’s van maken. Maar zo wordt er in onze kerk niet gerekend. We gaan uit van een ander draagvlak, van zoiets als dienst en wederdienst. Als dominee mag ik vanuit de kerk mijn werk doen met een stuk zorgeloosheid. Het komt wel goed met de bijdrage, straks. En ik denk aan bijdragen, ook in de vorm van inzet en betrokkenheid bij dat hele netwerk van kerkelijke activiteiten.
Maar komt het goed? Ik hoop het. Er is veel uit balans geraakt, in de wereld van de kerken. Verwachtingen. Vertrouwen. De kerk is voor velen een vreemde geworden. Maar vreemden kunnen vriend/innen worden. Dat is van onschatbare waarde.
zaterdag 16 januari 2010
Sporen sneeuw

Bij alle ongemakken die er zijn, met de sneeuw, geniet ik toch vooral van de nieuwe aanblik van alles. Het verrassende. Elke morgen ben ik benieuwd, wat de nacht ervan gemaakt heeft. Wonderlijk, hoe de wereld kan veranderen door de sneeuw. Vrolijker geworden, maar ook ingetogener. De ene keer bekleed met een fijn dun nieuw kleed. Dan weer ligt er een dik pak en is alles in een zware jas gestoken. Op bomen en struiken zijn grote toeven wit gespoten, als feestelijke slagroom. Maar vaak te overdadig, te veel, want we zien de zwaarte, hoe planten er diep onder gebukt kunnen gaan.
Mooi vind ik ook de sporen, die achterblijven in de sneeuw. Sporen van vogels, van honden en hazen. Sporen van mensen, de vroege eerste fietssporen van de krantenvrouw naar de brievenbus. Sporen van sleeën. Je ontdekt in afdrukken ongeziene dingen, die voorbij zijn gegaan. Je kijkt achterom naar je eigen voetspoor en denkt: hé, ben ik dat?
We wandelen door de verkaveling naar Enkhuizen, en van de Wijmers naar de dijk bij Schellinkhout. Het IJsselmeer: een poollandschap. Je ziet je eigen schaduw vallen over de witte sneeuw.
Mensen krijgen een ander tempo. We moeten wel onthaasten. Deze tijd is anders. Het is winter. Op de trottoirs is er geen doorkomen aan. Mensen beginnen de sneeuw weg te scheppen. Nieuwe wegen te banen voor voetgangers. Op de stoep maken ze een praatje met de buren. Het leven wordt ontdekt, met elkaar.
Sneeuw is vluchtig. Het kan zo weer weg zijn. We willen het vasthouden, deze schoonheid. We maken foto’s van al het witte. Ik plakte mijn foto’s op een zwarte ondergrond, om ze als kaart te versturen. Ik zocht de witte inkt en mijn kroontjespen. Ik strooide sporen 'sneeuw' en maakte er zwierige zinnen van. Ik schrijf wit op zwart, zoals het ook buiten is gedaan. Ik voel me erg van deze tijd.
Het zal zo weer gedaan zijn. De mollen kondigen de verandering vanuit hun ondergrondse met zwarte hopen aan. Zij zeggen ons, dat onder de laag sneeuw het leven bewaard is en verder gaat. Straks zal alles weer anders aan het licht komen. Kleurrijker. De klokjes maken zich in het verborgene op om een nieuwe lente in te luiden.
woensdag 30 december 2009
Lieve kinderen
Lief van de Spoorwegen, dat je als trouwe klant gratis iemand mee mocht nemen op reis, eind december. Het leed van uitval en vertragingen van treinen door hevige sneeuwval moest hiermee goedgemaakt worden! Mijn man en ik reisden dinsdag jl. samen naar mijn moeder voor een eindejaarsbezoek.
Mijn moeder zit vol gedichten.
Oudejaar, o laat ons rusten, stil staan eer wij verder gaan.
’t Nieuwe jaar wordt niet begonnen, voor we stil hebben gestaan.
Op de vraag, wat haar wensen zijn voor het nieuwe jaar, blijft zij bij: lieve kinderen. En respect. Kinderen moeten respect leren! Mijn moeder is niet veranderd. Ook voor haar verjaardag wilde zij door de jaren heen altijd alleen: lieve kinderen. En wij vroegen niet verder: hoe bedoelt u? Zijn wij dan niet lief? Van dat “lieve kinderen” bleven wij respectvol af.
Ik herinner mij een gesprek met collega’s. De vraag was: welk beeld past er bij je werk als dominee? Dat van pastor, leraar, predikant, hulpverlener, of anders. Mijn antwoord was: moeder. Ik ben een moeder voor mijn gemeenten. Ik legde het uit: ik zorg, ik preek, ik ga voor in de liturgie en voed mensen met goede woorden. Nee, het is niet zo dat ik steeds bij mensen aanwezig moet zijn. Maar in nood, dan ben ik er. Met al mijn aandacht.
Iemand zei: kijk nog eens goed naar dat moeder-zijn. Hoe ben je er? Als een goede moeder, of als lieve dochter? Wil je het iedereen naar de zin maken in je gemeenten, zo dat je de rol van de lieve dochter op je neemt? Ik vond dat toen heel goede vragen.
Afgelopen jaar was bijzonder. Onze dochter baarde een zoon. Ons eerste kleinkind. Met Kerst speelden zij de rol van Moeder Maria, en het kindje Jezus in de kribbe. Zo lief! Ik wil voor hen een goede moeder en oma zijn.
Daarnaast heb ik mijn werk, mijn gemeenten. Ik speel daarin mijn rol. Niet van lieve dochter. En niet van goede moeder. Ik sta dit oudejaar stil en hoor mijn moeder zeggen:
’t Nieuwe jaar wordt niet begonnen, voor we stil hebben gestaan.
Voor we aan onszelve vroegen, deed ik waarlijk wat ik kon?
Ben je beter, reiner, liever, dan toen ’t jaar z’n loop begon?
De volgende keer moet ik bij haar toch verder vragen.
vrijdag 18 december 2009
Het mooiste kerstfeest

Er is geen mooi kerstfeest. Kerstfeesten worden mooi gemaakt. Ook het feest van heeeeel lang geleden, van het begin. Veel te mooi, en steeds mooier. Het gaat over de geboorte van Jezus. Maar het is en was geen feest: baren. Het is schreeuwen van pijn. Uitgedreven worden. Bloed en tranen. En het kerstgebeuren van meer dan tweeduizend jaar geleden: het was beschamend.
Het was oorlog. Israël was bezet gebied. Vijandige Romeinse soldaten waren ver van huis. Mensen leefden met angst, voelden de dreiging. Je was niet vrij. En vaak vernederd, en rechteloos. Je leerde je mond te houden. Een jong meisje in Nazareth was zwanger gemaakt. Geraakt. Er was schaamte. Zij zweeg over het gebeurde.
En dan, op bevel van hogerhand op reis moeten. Met je dikke buik. Administratieve rompslomp. Een volkstelling. Het kan niet maar het moet. Ze komen in Bethlehem, zij hoogzwanger, en vinden geen plek, worden de deur gewezen. Er is nog een stal, een grot, bij de dieren. Het nieuwe leven kondigt zich aan. Het is onmogelijk ingewikkeld. Is dit leven? Zo is het begonnen. In die zwarte nacht. Kerstfeest. Hoe zo: feest? Donkerder kon het niet zijn. In die diepe duisternis: licht. Een ster aan de hemel. Maar “mooi” is hier niet het goede woord.
Wat voor mij er het dichtst bij komt is Kerst 1975 in N.O. Brazilië. Ik was student en reisde met een priester mee naar de nachtmis in Pirpirituba. De wegen waren slecht begaanbaar. Meer dan een uur te laat kwamen we bij de kerk aan. Maar niemand die dat daar erg leek te vinden. Deze mensen waren wachten gewend. Ze waren getekend door armoede, door honger. Honger ook naar God, naar gerechtigheid, naar licht, naar toekomst. Hun leven was zwaar en donker. In die nacht, bij dat wachten en in verwachting zijn, werd God geboren. Ook in mij.
Mijn mooiste Kerstfeest? Het feest is niet van mij. En het is niet mooi. Het is anders. Het is donker. En het is licht. Het is vernederd zijn en toch baren. Het Kind is klein, kwetsbaar en verloren ter wereld gekomen. Het is thuis bij de minste der mensen, bij de dieren en in de schepping. Hij is het Licht. Groots en verborgen aanwezig.
Ik wacht en verwacht dat het mooiste kerstfeest het komende is.
donderdag 10 december 2009
Gegroet

De eerste kerstkaart is in mijn brievenbus gevallen. Ik zie twee grauwe ijsberen in de sneeuw. Ze staan er wezenloos bij, met een knalrode kerstmanmuts op de kop. Het is een tragisch-komisch gezicht.
We schrijven december 2009. In Kopenhagen is de klimaat-topconferentie. Duizenden mensen zijn druk in de weer en buigen zich in talrijke vergadercircuits over de toekomst van onze Moeder Aarde. Wat moeten we doen, nu zij in gevaar is? Hoe kunnen we haar redden van een dreigende ondergang? Moeten we voor haar bidden? De meningen van deskundigen lopen sterk uiteen. De wil om van levensstijl te veranderen is in ontwikkelde landen minimaal. De moed en het perspectief ontbreken. Dus wachten we af. In deze situatie komen twee triest ogende ijsberen mij, in mijn warme pastorie, prettige Kerstdagen en een gelukkig Nieuwjaar wensen. Het voelt niet goed.
December is de tijd van kaarten met groeten aan familie en vrienden. “Rondpompen van post” wordt het soms denigrerend genoemd, en slecht voor het milieu. Ook ik was deze week bezig met het maken van een kerstgroet vanuit onze kerk. Ik vond een mooie foto van een ikoon, de Moeder Gods van Korsun. Ik zie: Moeder en Kind, innig met elkaar verbonden, hand in hand met een boekrol, als houden zij samen hun levensrol vast. Ik hoor de groet aan Maria, die zondag ook in de evangelielezing klinkt: Gij, gezegende onder de vrouwen! (Lucas 1 vers 42). Het is een echo vanuit de verre geschiedenis van Israël, van de strijdbare vrouwen Judith (Judith 13, 18) en Jaël (Richteren 5, 24). Vrouwen die alles op alles zetten om hun volk te redden van de ondergang. Zij waren niet bang. Lees over hun koppensnellen en huiver! En zij redden het! Gezegende vrouwen, worden zij genoemd.
Zien we het heldhaftig optreden weerspiegeld in het beeld van de Moeder van Korsun? Nee.
Ik zie daarin het mystieke weten van de kracht van God. Dat houden Moeder en Kind vast en dat maakt hen sterk: hun levensgeheim, hun rol, hun wijsheid.
Zondag zullen wij ons leven in die beelden en verhalen spiegelen. Om de groet te horen en door te geven: gezegend, jullie. Ook jullie, ijsberen, met rode kerstmutsen.
Zondag, 10.00 uur Protestantse kerk, Raadhuisplein in Hoogkarspel
Thema: Gij zijt de gezegende onder de vrouwen
met Ds. Ineke van Middendorp-Sonneveld
Bij de bovenstande foto van de icoon: schilderes Mevr. G.T. Koolhaas-Bos uit Dirkshorn
maandag 23 november 2009
Sinterklaas is gek!
Hij komt. Hij is al in het land. We leven op. Het vertrouwen in economisch herstel groeit. De crisis lijkt voorbij. Het komt allemaal goed, met ons geld. En met onze aandelen, onze schuld. Vol verlangen klopt ons hart. We zijn een goed en groot gelovig volk. Dezer dagen wordt daarvan weer het overtuigende bewijs geleverd. Hele gezinnen, jong en oud, ze stromen enthousiast toe om van hun geloof in de goed Heiligman te getuigen.
Voor mij is Sint Nicolaas een respectabele bisschop, die elk jaar weer terugkomt. Die zich onsterfelijk heeft gemaakt. Een bijzondere persoonlijkheid met grote kwaliteiten. Een heilige.
Zijn gaven zijn: humor, een verrassende en speelse manier van presentatie, met liefde voor het kind en het kinderlijke in elk mens. Voor hem speelt het Boek, met wat daarin geschreven staat, een belangrijke rol. Hij houdt van taal, van poëzie, van het gedicht. Daarom zijn er zoveel letters te geven. Dit is de boodschap: lees en eet. Lees het boek, woord voor woord, en eet de letters. Maak het je eigen en word wijs. Eet vooral je eigen letter. Neem het tot je. Dat betekent: ken je zelf, je oorsprong, je weg en je bestemming. Prachtig mysterieus is het en helemaal waar, zo geloof ik.
Voor mijn gespreksgroep kocht en deelde ik, rond Sinterklaas, letters. Van chocola. Zo had ik ze op tafel staan. Totdat iemand fijntjes opmerkte: “Ik wil er gerust wel eentje nemen, maar die chocola, die is niet goed. Dat komt van hartstikke oneerlijke handel.” Dat hakte er behoorlijk in. Weg was het zoete, zalige en aardige Sinterklaasgevoel. De realiteit smaakte bitter als pure chocola. We werden hardhandig wakker geschud.
Geen rommel. Ga op zoek naar je eigen, eerlijke letter. Stormen trotserend toog ik woensdag naar Hoorn. Naar de natuurwinkel. Daarna door naar de wereldwinkel. Een miezerige regen sloeg in mijn gezicht. Ik vond niet wat ik zocht. Wel wisten zij mij daar de goede weg te wijzen. “Eerlijke letters? Die verkopen ze gewoon bij je om de hoek, in de supermarkt in Hoogkarspel. Met het fair-trade merk van Max Havelaar.”
Weer terug naar huis, nu met de wind in de rug. En ja, ik heb ze daar gevonden. Het feest kan letterlijk doorgaan.
Sinterklaas is gek. Knettergek en vol verrassingen. (H)eerlijk.
Voor mij is Sint Nicolaas een respectabele bisschop, die elk jaar weer terugkomt. Die zich onsterfelijk heeft gemaakt. Een bijzondere persoonlijkheid met grote kwaliteiten. Een heilige.
Zijn gaven zijn: humor, een verrassende en speelse manier van presentatie, met liefde voor het kind en het kinderlijke in elk mens. Voor hem speelt het Boek, met wat daarin geschreven staat, een belangrijke rol. Hij houdt van taal, van poëzie, van het gedicht. Daarom zijn er zoveel letters te geven. Dit is de boodschap: lees en eet. Lees het boek, woord voor woord, en eet de letters. Maak het je eigen en word wijs. Eet vooral je eigen letter. Neem het tot je. Dat betekent: ken je zelf, je oorsprong, je weg en je bestemming. Prachtig mysterieus is het en helemaal waar, zo geloof ik.
Voor mijn gespreksgroep kocht en deelde ik, rond Sinterklaas, letters. Van chocola. Zo had ik ze op tafel staan. Totdat iemand fijntjes opmerkte: “Ik wil er gerust wel eentje nemen, maar die chocola, die is niet goed. Dat komt van hartstikke oneerlijke handel.” Dat hakte er behoorlijk in. Weg was het zoete, zalige en aardige Sinterklaasgevoel. De realiteit smaakte bitter als pure chocola. We werden hardhandig wakker geschud.
Geen rommel. Ga op zoek naar je eigen, eerlijke letter. Stormen trotserend toog ik woensdag naar Hoorn. Naar de natuurwinkel. Daarna door naar de wereldwinkel. Een miezerige regen sloeg in mijn gezicht. Ik vond niet wat ik zocht. Wel wisten zij mij daar de goede weg te wijzen. “Eerlijke letters? Die verkopen ze gewoon bij je om de hoek, in de supermarkt in Hoogkarspel. Met het fair-trade merk van Max Havelaar.”
Weer terug naar huis, nu met de wind in de rug. En ja, ik heb ze daar gevonden. Het feest kan letterlijk doorgaan.
Sinterklaas is gek. Knettergek en vol verrassingen. (H)eerlijk.
Abonneren op:
Posts (Atom)
