“Gaan ùw kinderen nog naar de kerk?” vraagt een vrouw aan mij, in een pastoraal gesprek. Het woordje “nog” verraadt, dat haar kinderen niet meer komen. Ze zegt dat ze het moeilijk vindt. “En om eerlijk te zijn”, gaat zij verder “eigenlijk vind ik het niet eens zo erg. Want zij zijn goede mensen. Maar ik voel zoiets als schaamte, omdat ik niet meer probeer om ze met mij mee te krijgen”. Haar probleem is niet alleen, dat haar kinderen afgehaakt zijn. Haar moeilijkheid is ook, dat zij het los heeft gelaten, dat ze niet meer moedert over haar volwassen kinderen. Dat ze best een beetje trots op hen is, zoals ze geworden zijn. Niet meer van de kerk, maar wel goede mensen.
Ik kan alleen maar zeggen dat het de bedoeling is, om elkaar vrij te laten in het geloof. Je kinderen mogen als volwassenen hun eigen weg kiezen. En het is mooi, als je daar een eerlijk, open gesprek over kan hebben, met elkaar. Niet om een ander te overtuigen van jouw waarheid, maar om de diepere gronden en rijkdom van je leven met elkaar te delen. Dat brengt je dichter bij elkaar.
Mijn kinderen gaan soms naar de kerk. Soms, met Kerst. Zij zoeken dan de oude, vertrouwde sfeer. Komt allen tezamen, moet gezongen, en het verhaal verteld over het kind in de kribbe, over de herders en engelen. Met aan het eind van de dienst het Ere zij God. Er is iets met Kerst, dat mensen als kind al diep raakt. Wat is dat toch, en waar gaat het om?
Met Kerst gaat het over een eenvoudig kwetsbaar kind in een wereld vol dreiging. Een kind dat licht en vrede brengt. Een kind voor ons geboren, zingen we. En het gaat ook over: het kind ìn ons. Over wie wij waren, en wie wij zijn geworden. En dat we nieuw zullen zijn. Er komt licht in het donker van ons leven. Het helpt ons elkaar vrij te laten, en vrij te worden. Het donker van de schaamte zal worden verdreven.
De kerk is er vol van.
Posts tonen met het label kerkbezoek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kerkbezoek. Alle posts tonen
maandag 12 december 2011
zaterdag 17 september 2011
Klein in groot
Op Open Monumentendag (10 september) deed ik mijn ronde en nam ook een kijkje in de mij vertrouwde kerk van Westwoud. Het kostersechtpaar Sipke en Aafke de Vries lieten hun prachtige kerk zien. Ze hadden een powerpoint-presentatie gemaakt van de restauratie. In de consistorie stond de koffie klaar.
Er kwam een man binnen, die zei de hele dag al op sjouw te zijn. Of hij een kop koffie kon krijgen. Terwijl het hem ingeschonken werd zei hij tegen de kosteres: “Er komen hier zeker maar weinig mensen in de kerk”. Het was niet direct een vraag. Het was meer een opmerking. En zij wist er geen raad mee. Dus zei ze, naar mij wijzend: “Dat is onze dominee, die kan u wel meer vertellen”.
Zo hoorden we, dat hij uit Broek op Langedijk kwam en hier voor het orgel was gekomen. In zijn eigen kerk kwamen ’s zondags wel 300 mensen. Eigenlijk mocht hij daarover niet opscheppen, maar het was toch mooi, zo’n gemeente.
En toen ging ik de fout in. Ik wees hem niet op de gastvrijheid en de eenvoud van Westwoud, de trouwe inzet van mensen, het grootse van klein-zijn. Ik liet me meenemen op dat andere niveau, wilde indruk maken en zei: “Sinds augustus ben ik ook verbonden aan de kerk van Den Helder. Daar zit het ook vol!” De man veerde op. Den Helder: ja dat kende hij. De Helderse kerkgangen kregen van hem een dikke voldoende.
Toen kwam organist kerkmusicus Edwin Hinfelaar binnen. Nee, hij hoefde geen koffie. Hij kwam muziek maken. Meer hoefde hij niet. Hij beklom het monumentale Van Dam orgel. Er was maar heel weinig publiek in de kerk van Westwoud. Maar hij speelde de sterren van de hemel.
De Langedijker had weinig tijd. Onder het orgelspel fluisterde hij me toe, dat er in héél Broek op Langedijk ’s zondags wel 1500 mensen naar de kerk gaan. Maar hij moest weg, groette en liet een lege plek achter.
Ik luisterde beschaamd en zweeg.
Er kwam een man binnen, die zei de hele dag al op sjouw te zijn. Of hij een kop koffie kon krijgen. Terwijl het hem ingeschonken werd zei hij tegen de kosteres: “Er komen hier zeker maar weinig mensen in de kerk”. Het was niet direct een vraag. Het was meer een opmerking. En zij wist er geen raad mee. Dus zei ze, naar mij wijzend: “Dat is onze dominee, die kan u wel meer vertellen”.
Zo hoorden we, dat hij uit Broek op Langedijk kwam en hier voor het orgel was gekomen. In zijn eigen kerk kwamen ’s zondags wel 300 mensen. Eigenlijk mocht hij daarover niet opscheppen, maar het was toch mooi, zo’n gemeente.
En toen ging ik de fout in. Ik wees hem niet op de gastvrijheid en de eenvoud van Westwoud, de trouwe inzet van mensen, het grootse van klein-zijn. Ik liet me meenemen op dat andere niveau, wilde indruk maken en zei: “Sinds augustus ben ik ook verbonden aan de kerk van Den Helder. Daar zit het ook vol!” De man veerde op. Den Helder: ja dat kende hij. De Helderse kerkgangen kregen van hem een dikke voldoende.
Toen kwam organist kerkmusicus Edwin Hinfelaar binnen. Nee, hij hoefde geen koffie. Hij kwam muziek maken. Meer hoefde hij niet. Hij beklom het monumentale Van Dam orgel. Er was maar heel weinig publiek in de kerk van Westwoud. Maar hij speelde de sterren van de hemel.
De Langedijker had weinig tijd. Onder het orgelspel fluisterde hij me toe, dat er in héél Broek op Langedijk ’s zondags wel 1500 mensen naar de kerk gaan. Maar hij moest weg, groette en liet een lege plek achter.
Ik luisterde beschaamd en zweeg.
Abonneren op:
Posts (Atom)
