maandag 23 maart 2020

In quarantaine


In de kerk kennen we de 40-dagen tijd. Lijdenstijd, zeiden we vroeger. Door de jaren heen leerde ik in mijn gemeenten aan de hand van bijbelse verhalen, dat de 40 dagen voor Pasen een weg naar binnen is, in 40 stappen. Een weg ook naar je eigen binnenste, die de diepte (verdieping) zoekt, in en door het donker. Met mijn gezin hield ik een eenvoudig vasten: sobere maaltijden, geen koek, snoep en alcoholische drank. Het had iets ‘natuurlijks’: in onze groentetuin was weinig te oogsten. We leefden op oude voorraden. We keken uit naar de nieuwe oogst. Al wisten we natuurlijk dat in de supermarkten alle begeerlijkheden werden aangeboden.

 
Na 40 dagen kantelt de weg. Het omslagpunt is het gebeuren van Goede Vrijdag en Pasen: het mysterie van het geloof, van leven en dood, van sterven en opstaan. Van Stilte. Een graf dat zich omdraait naar gene zijde en vruchtbare aarde wordt. Vandaar tekent zich dezelfde weg, maar vanuit een ander perspectief, en rekent 7 weken, oftewel  50 dagen naar Pinksteren. Het is de weg naar buiten, naar vrijheid, met het ontdekken van nieuw leven in een weidse wereld. 
Ik leerde deze weg aan de hand van deze afbeelding. Je kunt het uitknippen als een spiraal, zodat de weg hoogte en diepte krijgt. Naar Pasen, loopt de weg (de spiraal) de diepte in, en na Pasen klimt de weg omhoog naar Pinksteren, naar de grootse ruimten van de wereld.





Dit jaar is de 40-dagen tijd onverwacht bizar en bijzondere geworden door het uitbreken van het Corona virus. Het leven is voor zover mogelijk in quarantaine gezet. Het woord draagt de betekenis van 40 dagen, als een periode van afzondering die vroeger aan schepen uit verre landen werd opgelegd als er een verdenking was van besmettelijke ziekten. 

We weten nu niet hoe lang deze ‘corona 40 dagen’ gaan duren. Het wordt een woestijnreis met vele beproevingen. Er komt een keer een kantelpunt. We kunnen deze periode benutten als tijd van inkeer, van reflectie. Oefeningen doen op het nieuwe yogamatje.  Analyseren wat er speelt en de diagnose stellen, van wat onze wereld zo ziek maakt, ecologisch, economisch en sociaal. 

De handel is voor een deel stil gevallen. Bedrijven en scholen gesloten. Mensen worden ontslagen. Anderen werken thuis. Evenementen, concerten, optredens gaan niet door. We hoeven niet meer op te passen op kleinkinderen. De verwarmingsmonteur, die deze week bij ons voor de periodieke controle zou komen, heeft afgebeld. Er is angst en onzekerheid over vele dingen. We zien in de hoge lucht niet de vele zich kruisende strepen van vliegtuigen. Winst is, dat de luchtkwaliteit verbetert. Daar profiteert iedereen van, van schonere lucht. Er wordt een appèl gedaan op gemeenschapszin, solidariteit  en veerkracht. 

Het is lente. Omdat het lawaai voor een deel is stil gevallen, horen we meer vogels zingen. De bloesems aan de fruitbomen bloeien kwetsbaar open onder een strak blauwe hemel. Er is vorst voorspeld voor de komende nachten. De potten met geraniums hebben we binnen gezet, voor drie dagen en nachten in quarantaine.

Ineke van Middendorp-Sonneveld
predikant buiten dienst
Elst, 23 maart 2020


zaterdag 7 maart 2020

Het bijbels getuigenis van de Tent of Nations


De Tent of Nations is  een vredesproject in Israël, in de buurt van Bethlehem, van de Palestijns-christelijke familie Nassar. Hun boerderij hebben zij omgebouwd tot een educatief, geweldloos ontmoetingscentrum. Ondanks moeilijke omstandigheden en de voortdurende dreiging van landonteigening zet de familie zich op een creatieve manier in om mensen de ogen te openen voor het onrecht dat hen en het Palestijnse volk wordt aangedaan. Een grote steen bij hun bedrijf verwoordt in verschillende talen hun getuigenis:  ‘WE WEIGEREN VIJANDEN TE ZIJN’. Mensen en groepen die Israël bezoeken, hebben hun weg gevonden naar de Tent of Nations en zijn ‘vriend’ geworden. Op 8 februari jl. was ik in de kerk in Driebergen op de Vriendenmiddag van de Tent of Nations, met vele mensen die het project hebben bezocht of wilden leren kennen. Er werden indrukwekkende verhalen verteld.

Al aan het begin van de dag werd ik getroffen door het verhaal van ‘Paulien’. Kort en krachtig legde zij een persoonlijke getuigenis af (ik geef het weer in mijn eigen woorden en met mijn eigen interpretatie):
Het is zomer 2019. Ze staat op het strand in Katwijk en heeft alle flinterdunne blaadjes uit  haar Statenbijbeltje gescheurd en op de branding van de zee gegooid. Het was het afscheidscadeau van de zondagsschool: de Bijbel met de 150 berijmde Psalmen en de drie Formulieren van Enigheid. Voorin was de tekst geschreven: ‘Ik zeg u, wie Mij belijden zal voor de mensen, die zal Ik belijden voor de Vader die in de hemelen is’ (Mat. 10,32). Wat overbleef was het omhulsel, het van-tot-kaft met daartussen een schrijnende leegte.  Daarna had ze een duik in zee genomen. Met dit ritueel had ze afstand genomen van de benauwende zwaarte van het geloof, van de leer dat een ander belangrijker was dat zij zelf. Dit was voor haar bevrijdend. Nu kon ze beginnen zichzelf te worden.
September 2019 is zij in Israël en gaat naar Bethlehem, naar de Tent of Nations. Ze werkt er op het land met andere vrijwilligers. Er worden olijfbomen geplant. Het werk is haar niet vreemd, maar het bezorgt haar spierpijn. Ze ontmoet en spreekt anderen, leert de familie Nassar kennen met het geweldloze ondergrondse verzet tegen onophoudelijke aangedaan onrecht. Een familie waar het geloof in Christus en de navolging geleefd en beleefd wordt en door de gegeven omstandigheden dagelijks concreet is. Zij wandelde er met een engel.

‘Paulien’s verhaal was heftig en zette ons aan het denken. Een collega predikant zei tegen mij: ‘Dat verscheuren van de bijbel. Dat kan toch niet’. Het deed denken aan boekverbrandingen, de drang om te vernietigen van wat je tegenstaat. Heiligenbeelden die kapot geslagen moeten worden. ‘Jammer’, zeiden we tegen elkaar, ‘dat ze de verhalen niet anders heeft leren lezen’. Voor de kerk en haar gelovigen is de bijbel heilige Schrift, Woord van God en Bron van het geloof. Wat doet het met hen, om te horen dat het heilige boek niet langer verdragen kon worden, en als bron van onderdrukking ervaren werd? En daarom weggedaan. Verscheurd. Kunnen we dat als kerk, als gelovigen meemaken? Hebben we de ruimte om dat te begrijpen en als iemands eigen authentieke keuze te accepteren?

Het ritueel dat ‘Paulien’ aan zichzelf voltrok, is ook  indrukwekkend: wat haar benauwde, de Schrift, werd verscheurd en terug aan God  gegeven, aan de grootse zee. En zelf nam ze er een duik in. Ze dompelde zich in die hele geschiedenis van God met mensen. Het was als een doop, een nieuwe geboorte, waarin ze zichzelf zocht, wie ze was. Het van-kaft-tot-kaft werd een bevrijdende ruimte, die ze in mocht vullen met haar eigen verhalen en ervaringen. Ze was naar Israël/ Palestina gegaan, naar Bethlehem, de Tent of Nations met de familie Nassar, die leeft te midden van onderdrukkend geweld, die bedreigd wordt, maar weet van de verbondenheid met de bevrijdende God en die hoopt en bidt om vrede. Die mensen oproept elkaar met vrede te zegenen, en niet langer als vijanden elkaar naar het leven te staan.  ‘Paulien’ vertelde op de Vriendendag – voor een grote groep mensen - dat ze er olijfbomen plantte, dat ze gedichten schreef en foto’s van bloemen maakte. En dat ze daar met een engel had gewandeld.
 
Zij vertelde het  niet alleen. Ik hoorde haar verhaal als een kostbaar getuigenis voor de mensen. Alsof de woorden, die vroeger voorin haar bijbeltje geschreven waren, zich hier voltrokken.

Elst, 19 februari 2020

Ineke van Middendorp-Sonneveld
predikant buiten dienst

Zie ook: www.tentofnations.nl



zondag 29 december 2019

Kerstnacht 2019.



 Dit jaar gaf ik in de Kerstnacht gehoor aan het verlangen om op mijn accordeon Stille Nacht te spelen, buiten in het park vlakbij de Vogelzang. Voor de bomen, de vogels en voor wie of wat er in de kou, in het donker is. Om de nacht te heiligen. Om in het eenzame buiten de stilte te laten klinken over een wereld verloren in schuld. Het was nieuwe maan, donker en bewolkt en weinig sterren. Ik zocht een plek op een bankje en speelde Stille Nacht en daarna Gloria in Excelsis. 
Het ging niet helemaal goed.

Een man bleef even staan. Hij zweeg. Het was donker en ik kon zijn gezicht niet lezen. Hij had een grote hond. Aangelijnd.
 
 Ik besloot het ook nog een keer op het muurtje bij de vijver te spelen. Ik pakte de accordeon in, hees hem op mijn rug en liep naar de vijver. Toen begon het zachtjes te regenen.

Huilde de hemel van ontroering? Of vonden de engelen het zo wel genoeg?


Ineke van Middendorp-Sonneveld
PKN predikant buiten dienst


woensdag 20 november 2019

Vol verwachting….



Deze dag is aangekomen: kindervriend Sint Nicolaas
Heilig man van wie wij dromen, vreed’ op aard en geen geraas.
Vol verwachting, goede moed, doet verandering ons wel goed?
Vol verwachting, goede moed, doet verand’ren ons wel goed.

Eigen letters, goede woorden, deel het diepere verhaal
van een Kind dat wordt geboren, ’t spreekt van God in nieuwe taal.
Vol verwachting, goede moed, doet verandering ons wel goed?
Vol verwachting, goede moed, doet verand’ren ons wel goed.

Zaterdag 16 november jl. deed ik voor de tweede keer dienst in het Oud Burger Gasthuis in Nijmegen. Nu was de viering een oecumenische. Ik ging samen voor met de RK pastoraal werkster. De viering was een Woord- en Communiedienst, anders  gezegd: een dienst van Schrift en Tafel. Het was de dag van de intocht van Sinterklaas. In Apeldoorn, in Nijmegen en op vele andere plaatsen. Het ging gepaard met de nodige vrede en met enig geraas. Met verandering: er waren dit jaar veel roetveeg Pieten.

Voor de viering had ik bovenstaand lied gemaakt op de melodie van ‘Zie de maan schijnt door de bomen’. Als gemeentepredikant was ik gewend om aandacht te besteden aan de ware, open oecumenische bisschop Sint Nicolaas, die er is zowel voor binnen- als voor buitenkerkelijken. Ik draag niet voor niets de naam: Klasina. En nu waren we in Nijmegen ook nog bij elkaar in de Nicolaas Kapel.
Ik had letters meegebracht: een grote S van Sint, van sanctus, heilig. Die kreeg een mooie plek op het altaar. Daarnaast was er een schaaltje met kleine lettertjes. Voor na de dienst, onder de koffie: dan mocht een ieder de eigen letter zoeken en eten, met de gedachte: dat we bij onszelf komen, dat we onze levensweg en wie we zijn te binnen brengen en ons bezinnen. Dat we er met en voor elkaar zijn, met een vleugje heiligheid. Eigenlijk lijkt het delen van letters wel op zoiets als de communie.

Breken en delen in de gemeenschap van Christus. De maaltijd. Het brood en de wijn. Kan dat ook gevierd met andere symbolen? Dat we elkaar het licht doorgeven, een brandende kaars die we van hand tot hand laten gaan? Dat we brood en vis delen. Of dat we elkaar vruchten aanreiken, stukjes appel in honing gedoopt, aardbeien met slagroom, of druiven van één en dezelfde tros?  Of letters.
Mensen hechten aan het oude vertrouwde, aan de tradities. En die zijn vaak sterk en waardevol. Maar het oude loslaten en iets nieuws beproeven kan ook heilzaam zijn. 
Achteraf denk ik: het refrein had ik wel stelliger mogen dichten:

Vol verwachting, goede moed, doet verandering ons wel goed?
Vol verwachting goede moed, ja verand’ren doet ons goed!

november 2019             
                                    Sint Nicolasina,                                                                                     



woensdag 13 november 2019

Oud baart nieuw


Zondag 10 november jl. sprak Mechteld Jansen, rector van de Protestantse Theologische Universiteit in de kerk van Elst. Haar lezing was getiteld: ‘Oud baart nieuw’. Ze liet een paar beelden zien, o.a. van de brand in de monumentale Notre Dame van Parijs. De oude vrouw, onze lieve Vrouwe de kerk. Wat betekende ze? Wat heeft ze nog te zeggen? Ze sprak over vrouwen in de bijbel, Sara, Elisabeth, die op hun oude dag zwanger worden en een kind baren.  De zaterdag ervoor had ik voor het eerst dienst gedaan in het Oud Burger Gasthuis (OBG) in Nijmegen. Een drietal vrouwen (80+) vormen er een bestuur die in het Huis wekelijkse vieringen regelen. De lange duur is voor hen zwaar aan het worden. Er moet voor alles gezorgd. Er zijn maar weinig voorgangers. Ze vonden mij. Er waren een paar gesprekken. We zaten niet op één lijn. Wat was de betekenis van ‘oecumenisch’? Begrepen we elkaar wel? Het was de bedoeling dat ik mee zou doen met hun pastor in Woord- en Communie-vieringen. Ik wil liever niet de communie uitdelen, de door een priester gewijde hostie. Ik wil samenkomen rond het Woord, de bijbelse verhalen. Dat moet klinken en tot ons komen. Dat is onze bron, onze voeding. We maakten de afspraak dat ik in een paar diensten zou voorgaan. ‘Open vieringen’, wilde ik het noemen. ‘Oecumenisch’ klonk mij te kerkelijk.

Zaterdag was de eerste. Ik had een liturgie gemaakt en opgestuurd om te kopiëren. Die was veel te donker afgedrukt. Op de voorkant stond een 
afbeelding van MC Esscher.

We keken er met elkaar naar, bij de inleiding op de dienst. De verschillende sporen die over de weg getrokken waren, waren nauwelijks nog te zien. Er was het puzzelstukje van het spiegelende water. De kale donkere takken. Het ronde licht van de maan. We lazen de korte gelijkenissen uit Lucas 20 over het ene, dat verloren is. Een schaap. Een drachme. Over de vrouw die licht aansteekt, haar huis schoonmaakt, zoekt en vindt. De vreugde over het gevonden hebben. Ik vertelde over het waardevolle dat we kunnen verliezen, en over verloren zijn. Dat jij zelf verloren kan zijn, overvallen door donker en duisternis, overspoeld door modder. En over de hoop en het vertrouwen, dat er Iemand  - onze lieve Vrouwe  - is,  die licht aansteekt, schoon maakt, zoekt en zal vinden. Ons leven is kostbaar en waardevol. Mensen mochten vragen stellen. Een man zei: ‘Ik spreek namens het hele OBG: ‘U mag hier blijven!’


Na de dienst blies één van de drie bestuursvrouwen de kaarsen uit die op de tafel stonden. Dat ging niet goed. Er kwam veel kaarsvet op het kleed. Een ander werd daar boos over. Uit het verborgene werden geconsacreerde hosties te voorschijn gehaald om een paar mensen op de kamer de communie te brengen. Ik zag het per ongeluk. Het voelde als ‘betrapt’.
De kerkgangers gaven mij een hand. Sommigen hadden hun vragen: ‘Heb ik nou wel of niet de communie gekregen? Want weet u, ik ben erg vergeetachtig, ik weet het niet meer’.

Ik heb heel veel bewondering voor de drie vrouwen van het Huis, die door de jaren heen de vieringen trouw zijn gebleven. Zouden zij nog iets nieuws kunnen baren? Zou ik vroedvrouw mogen zijn? We weten nog niet wat er komt en hoe het eruit zal zien. Maar geloof: het komt. Oud baart nieuw. In Gods Naam.

Ineke van Middendorp-Sonneveld  
Elst, november 2019