vrijdag 18 maart 2016

De vijfde stap naar de Moluks Evangelische Kerk in Elst op zondag 13 maart 2016



Het project van de Protestantse Kerk in Nederland voor de 40-dagentijd heet: ‘zet een stap naar de ander’. Ik wil gehoor geven aan de oproep door elke zondag naar een andere kerk te gaan als zoekende vreemdeling. Ik wil mensen vragen naar hun vastenpraktijk in deze tijd voor Pasen.
De eerste stap was naar Zetten, de tweede naar Lent, de derde naar Arnhem-Zuid.
De vierde was geen stap, maar een reis naar een voor mij heel vertrouwde plek: Den Helder. De vijfde was naar de Moluks Evangelische Kerk in Elst.  

Zaterdagavond 12 maart jl. volgde ik in ‘De wereld draait door’ het college van Beatrice de Graaf over de geschiedenis van het terrorisme. Zij plaatste de terreur van deze tijd in een breed, historisch perspectief. Van staatsterreur en verzet daartegen. Aanslagen worden met meest gepleegd in oorlogssituaties. In haar college noemde zij ook de treinkaping van Zuid-Molukse jongeren bij de Punt in mei 1977.
Ik had al besloten om de dag erop naar de Molukse Kerk te gaan. In Den Helder werd ons kerkgebouw (de Johanneskapel) gebruikt voor Moluks-evangelische kerkdiensten. Ik kwam er een enkele keer. In Elst hebben zij een eigen kerkgebouw. Zij zijn  voor mij ‘vreemdelingen’.

De ontvangst was hartelijk. Al bij het binnenkomen vroeg een vrouw of ik soms bij haar wilde komen zitten in de dienst. Daar kon ik geen ‘nee’ tegen zeggen. Zij wees mij de weg. Ik kreeg op één A4tje de  ‘orde van dienst’. Teksten en liederen waren heel dicht op elkaar uitgetypt, met weinig witregels, als wilde men verspilling tegengaan. Hier ademde het eenvoud. In de liturgie, in de inrichting van het gebouw, in de gemeenschap. De dienst was tweetalig, in het maleis en het nederlands. De schriftlezing was Filippenzen 3 vers 7 – 14, met een preek over het thema: de levende kerk van de HERE, die de weg, de waarheid en het leven is. Het slotgebed deed ds. Alex Nikijuluw alleen in het maleis. In het  gebed tot God mocht de taal van het hart gesproken worden. Dan kon alles gezegd.
In de dienst namen mijn eigen gedachten me mee en gingen hun eigen weg. Ik vroeg me af hoe de mensen in het vluchtelingenvraagstuk van deze tijd staan. Was dat in het gebed aan de orde geweest? Volgden zij ook het college van Beatrice de Graaf ? Wat, met wie en hoe vinden wij de weg, de waarheid en het leven? Moesten we niet veel meer met elkaar in gesprek, juist ook met de Molukse kerk? Over het overwinnen van de angst voor de ander, over leven vanuit vergeving en verzoening, over het plaatsmaken voor vreemdelingen en vluchtelingen en het vormen van een veelkleurige gemeenschap, met heel veel ruimte voor verschillende meningen, interpretaties en belevingen. De Molukse Kerk zou nieuwe gezichtspunten kunnen openen, ons kritischer maken, ook naar onszelf.  
Afgekondigd werd dat er komende vrijdag een oecumenische bijeenkomst in Elst zal zijn in de Protestantse kerk, met de Molukse en de RK Kerk. Er is een stamppotmaaltijd, met daarbij een  gesprek over de plaats van kinderen in de kerk en aan het avondmaal. Ik weet niet waarom er voor dit onderwerp gekozen is. Boeiender in deze tijd lijkt mij een gesprek over onze samenwerking en houding ten aanzien van moslims. Dat we stappen doen naar de ander, naar anderen.

Ineke van Middendorp-Sonneveld
emeritus predikante
In de 40-dagentijd, op weg naar de Ander

p.s. Donderdag 17 maart mailde de PKN Elst mij dat de oecumenische stampot-maaltijdbijeenkomst niet doorging. Er waren te weinig aanmeldingen.

dinsdag 8 maart 2016

De vierde stap: naar Den Helder op zondag 6 maart 2016



Het project van de Protestantse Kerk in Nederland voor de 40-dagentijd heet: ‘zet een stap naar de ander’. Ik wil gehoor geven aan de oproep door elke zondag naar een andere kerk te gaan als zoekende vreemdeling. Ik wil mensen vragen naar hun vastenpraktijk in deze tijd voor Pasen.
De eerste stap was naar Zetten, de tweede naar Lent, de derde naar Arnhem-Zuid.
De vierde was geen stap, maar een reis naar een voor mij heel vertrouwde plek: Den Helder. Een jonge dominee deed er haar intrede: ds. Wilma van Rijn. 

vleugels gekregen
dansende vlammen
aanwakkerend vuur

zo spoorden we
in lentelicht
naar het noorden
het eindstation
Den Helder
op zondag Laetare

Verheugt u!


Den Helder, met haar vele zon-uren, mooie luchten, zee, strand en duinen. Adem van frisse lucht. We waren ’s morgens vroeg al vertrokken, om alle tijd te hebben. Voordat we naar de Bethelkerk gingen, fietsten we naar Lands End, zagen de boot naar Texel aankomen en weer vertrekken. Daarna trokken we langs de kustlijn naar de vuurtoren ‘de lange Jaap’ en het natuurgebied ‘de donkere Duinen’. Hier hadden we gewoond. We waren weer even thuis. Het was goed.
Al vóór de kerk hoorden we het vrolijke lachen van mensen. De gemeente stroomde hier stadsbreed samen met vrienden, familie en collega’s van ds. Wilma van Rijn. Een volle kerk, een goede sfeer. In de dienst nam het orgel ons mee om de liederen uit volle borst mee te zingen. De vreugde galmde vanuit Gods huis tot ver over de grote zee. ‘Geest van hierboven’’, zongen we en ‘dat wij Gods zonen zijn. Halleluja’. Die ‘zonen’ waren in het nieuwe liedboek toch ‘kind’ren’ geworden? Wat was dit nou?
In de schriftlezing ging het, net als vorige week, over de vijgenboom. Nu niet over de vruchteloosheid en het goddelijk geduld, maar over de rijke hoofdtollenaar Zacheus (Lucas 19). Een klein mannetje die in een boom klom om Jezus te kunnen zien, die zich verborg achter de vijgenbladeren en naar beneden gluurde.
De vijgenboom. Het deed denken aan het paradijsverhaal, het eten van de verboden vrucht en de schaamte die er bij Adam en Eva was. Zij bedekten zich met de bladeren van de vijgenboom en verborgen zich voor God.
Zo ook Zacheus. Als Jezus bij de boom komt roept Hij de tollenaar tevoorschijn. Brengt hem aan het licht. Zet hem in nieuwe vrijheid. Daarna gaan ze met elkaar aan tafel, eten en drinken en vieren het leven. De schaamte voorbij. Alles wordt goed gemaakt, recht gezet.
Het verrassende in de preek was voor mij, dat God één keer nadrukkelijk ‘Zij’ werd genoemd. Het klonk als een belofte, dat God als vrouwelijke gestalte aangesproken mag worden. Dat Haar recht zal worden gedaan. Prijs Haar, van Wie alle leven komt. Zondag 6 maart, Laetare. Het is bijna vrouwendag.
Ja, het was feest in Den Helder. Na de dienst werd er met elkaar gegeten en gedronken. Door dominee en kerkenraad werd met name het bier aangeprezen. Er was geen sprake van vasten. Ook wij braken het. En nog voordat we terugkeerden naar Elst, kochten we een paar flesjes bier van de Stadsbrouwerij Helderse Jongens. Om deze straks met Pasen te openen en terug te denken aan dit feest.        

Ineke van Middendorp-Sonneveld
emeritus predikante
In de 40-dagentijd, op weg naar de Ander

vrijdag 4 maart 2016

De derde stap: naar Arnhem-Zuid op zondag 28 februari 2016



Het project van de Protestantse Kerk in Nederland voor de 40-dagentijd heet: ‘zet een stap naar de ander’. Ik wil gehoor geven aan de oproep door elke zondag naar een andere kerk te gaan als zoekende vreemdeling. Ik wil mensen vragen naar hun vastenpraktijk in deze tijd voor Pasen.
De eerste stap was naar Zetten, naar een gezamenlijke dienst van Vluchtheuvelgemeente en de Rank met ds. Mariska van Beusichem. De tweede stap was naar Lent, een doopviering met ds. Dick Kruyt.
Mijn derde stap is naar Arnhem-Zuid, de Salvatorkerk. Voorganger is ds. Anja Vogelzang.


De zon schijnt. Er staat een straffe koude noordoostenwind. Op de fiets betekent dat trappen, tegen de wind in, alsof je een gevecht aangaat, ook met de tijd. Ik wil niet te laat komen. Dat lukt.
Ik voeg me bij de mensen die de kerkzaal binnengaan, kijk rond, begroet, en proef de sfeer. Het valt me op dat er ook andere ‘vreemdelingen’ zijn. Er zit kleur in deze kerk.
Ik zet een stap naar de ander. Maar ik weet: ik kom voor mezelf. Voor mijn eigen kleine onderzoeksproject over de 40-dagentijd en het vasten. Ik wil kerkelijke gemeenten leren kennen en de manier waarop collega’s in diensten voorgaan. Nieuwsgierig ben ik.
Deze zondag is de evangelie-lezing van Lucas 13 vers 1 – 9. Jezus vertelt de gelijkenis van de onvruchtbare vijgenboom. De eigenaar zegt: ’Al drie jaar kom ik kijken of die vijgenboom vrucht draagt, maar tevergeefs. Hak hem maar om ….’ Maar de wijngaardenier zegt: ’Heer, laat hem ook dit jaar nog met rust, tot ik de grond eromheen heb omgespit en hem mest heb gegeven…’
De gelijkenis raakt me, omdat hij een belangrijke rol speelde in een conflictperiode 8 jaar geleden, in mijn gemeente. Twee buitengewone visitatoren die orde op zaken kwamen stellen in de kerkenraad, namen dit als uitgangspunt. Hun gedachte was: er zijn geen vruchten. Wij moeten een jaar lang aan het werk. Daarna is er ons oordeel…. We kregen dus een jaar. De visitatoren zaten bij de kerkenraadsvergaderingen. Zij besprenkelden ons met mooie gedachten, gebeden en vroegen elke vergadering: is er al wat onderling vertrouwen gegroeid? Er kwamen  geen vruchten. Wel groeide er over en weer frustratie. Na ruim een jaar schreven zij hun rapport en vertrokken. Het maakte me erg boos. Was dit de kerk? Ging men zo om met de Schrift? Wilde ik daarbij horen? Moest ik niet weg, afscheid nemen? Maar ik bleef. Niet omdat ik in ‘deze kerk’ geloofde. Maar er was iets dat zei dat ik moest blijven.
Deze zondag roept de gelijkenis mij terug naar het verleden. Met aandacht lees ik het zwarte schrift van mijn levensloop. Ik kijk naar wat er in mijn binnenkamer huist. Ik hoor in de preek van het grote geduld. Drie jaren wordt er uitgekeken naar vrucht. En dan komt er nog een jaar bij. Er is echte aandacht en zorg, in het licht van God. Er wordt gespit, diepgang gezocht, gekeken naar wat de oorzaken zijn van de vruchteloosheid. De grond wordt met geschikte mest bewerkt tot goede voedingsbodem. Ik wil kijken naar mezelf. Naar wat er nog in mij is aan mijn boosheid. Naar mijn eigen leerproces. Zouden mijn ervaringen ‘mest’ kunnen zijn voor de toekomst van collega’s in kerkelijke gemeenten? Hoe?  
Na de dienst nodigen een paar vrouwen mij uit voor de koffie en bieden een plaats aan hun tafel. De één heeft de liturgische bloemschikking verzorgd: een kubus met veel dor en doods gras, maar verborgen in de kern is het groen van de hoop te vinden, en begint het leven op te bloeien. Zij is actief geweest in de vredesbeweging. De ander vertelt vegetariër te zijn. Beiden hebben aandacht voor voedsel, voor wat zij eten. Zij vertellen dat er in de gemeenten van Arnhem-Zuid in deze tijd sobere solidariteitsmaaltijden gehouden worden van rijst en water. Ik ben aangenaam  verrast.  
Tenslotte is er een open, aandachtig gesprek met ds. Anja Vogelzang. Deze derde stap heeft wonderlijk goed gedaan. In de zon, als op vleugels en met de wind in de rug keer ik naar huis terug.  

Ineke van Middendorp-Sonneveld
emeritus predikante
In de 40-dagentijd, op weg naar de Ander

woensdag 24 februari 2016

De tweede stap Lent – zondag 21 februari 2016



Het project van de Protestantse Kerk in Nederland voor de 40-dagentijd heet: ‘zet een stap naar de ander’. Ik wil gehoor geven aan de oproep door elke zondag naar een andere kerk te gaan als zoekende vreemdeling. Ik wil mensen vragen naar hun vastenpraktijk in deze tijd voor Pasen. Van gemeenteleden en dominee hoop ik te horen wat het voor hen betekent.
De eerste stap was naar Zetten, naar een gezamenlijke dienst van Vluchtheuvelgemeente en de Rank met ds. Mariska van Beusichem.
Mijn tweede stap is naar Lent, een doopviering met ds. Dick Kruyt.
Dochter Jansje en vierjarige kleindochter Minke gingen met me mee. Lent is hun gemeente. Ze waren er nog niet eerder geweest. Minke wilde zien hoe het gaat, het dopen van kinderen. We fietsten naar de kerk. Het regende.
Voor mij was deze tweede stap een andere, omdat we met ons drieën waren. Ik wilde er als ‘vreemdeling’ zijn en naar hun vasten vragen. Tegelijkertijd was ik gericht op mijn eigen kringetje. Hoe zouden Jansje en Minke het vinden?
Het was een goed bezette dienst. Er waren vrienden en familieleden van de doopouders. Er was kinderkerk. Minke durfde zomaar met de andere kinderen mee naar een andere ruimte.
We lazen volgens het dienstrooster van de kerken Lucas 9  vers 28 -36. Jezus gaat een berg op om te bidden. Hij neemt drie discipelen mee. Dan staat Hij in stralend wit licht. Er is een gedaantewisseling. Bij Hem zijn de grote profeten Mozes en Elia. Zij staan in hemelse luister.
In de preek vergeleek ds. Kruyt het met een klein kind dat gedronken heeft en verzadigd is. Zo’n kind kan dan van binnenuit stralen. Er werden twee kinderen gedoopt, gezegend en met hun doopkaars in het licht gezet. Minke zat met de anderen kinderen vooraan en maakte het van dichtbij mee.
Na de dienst was er een samenzijn in een ander gebouw. Ik vond de mensen in groepen bij elkaar aan tafels. Er werd voor mij koffie ingeschonken. Ik moest gaan zitten. Op tafel stonden schalen met koekjes, plakken cake en roomsoesjes. Het werd me aangeboden. ‘Nee, dank u wel. Het is vastentijd. Ik laat het liever aan mij voorbijgaan’.  Men vond het vreemd. Een gesprek erover lukte niet. Zij hadden niets met vasten. Ik vroeg niet meer verder aan de andere tafels. Later begreep ik van Ds. Dick Kruyt dat het ook voor hem niet leefde.  
Thuis bij mijn dochter, aan tafel voor de lunch, zegt Minke dat ze de lampen in de kerk het mooiste had gevonden. Haar broertje vraagt: ’Papa, geloof jij in God?’ Het wordt een kringgesprek met veel vragen.  Wat bedoel je met God? De Liefde? Ja, ik geloof in de liefde. Vrede? Ik zou erin willen geloven. Het Goede? Wat is het goede? Ik geniet van het eitje van de eigen kippen, dat voor mij precies goed, half-zacht gekookt is. Ik denk aan Pasen, het feest van eieren en van Licht en Leven.
  

Ineke van Middendorp-Sonneveld
emeritus predikante
In de 40-dagentijd, op weg naar de Ander

dinsdag 16 februari 2016

De eerste stap Zetten – zondag 14 februari 2016


Het project van de Protestantse Kerk in Nederland voor de 40-dagentijd heet: ‘zet een stap naar de ander’. Ik wil gehoor geven aan de oproep door elke zondag naar een andere kerk te gaan als zoekende vreemdeling. Ik wil mensen vragen naar hun vastenpraktijk in deze tijd voor Pasen. Van gemeenteleden en dominee hoop ik te horen wat het voor hen betekent.
De eerste stap is naar Zetten, naar een gezamenlijke dienst van Vluchtheuvelgemeente en de Rank met ds. Mariska van Beusichem.
Het regende natte sneeuw ‘s morgens. Maar warm gekleed, met een regenpak aan, had de kou geen vat op mij. Ik genoot onderweg van de rust van de zondagmorgen. In Zetten volgde ik eerst de roep van de kerkklokken. Daarna ontdekte ik het stille luiden van vele sneeuwklokjes in de pastorietuin naast de kerk. Ze hadden zich verdekt opgesteld in het wit geworden gras. Het maakte me blij. Ik was er. Het regenpak kon uit. Mijn voeten waren wat koud geworden. In de kerk verdreef de vloerverwarming het ongemak.
De lezing voor deze zondag was Lucas 4 vers 1 – 13. Deze begint zo: ‘Vervuld van de heilige Geest trok Jezus weg van de Jordaan, en geleid door de Geest zwierf hij veertig dagen rond in de woestijn, waar hij op de proef werd gesteld. Al die tijd at hij niets, en toen de veertig dagen verstreken waren, had hij grote honger’. Dan komt de duivel met zijn ‘verleidingen’. Daarover ging de preek. Wat betekende dat woord? Wat wilde de duivel? Welke rol speelde hij? Het ging niet zozeer over verleiding of verzoeking – maar over ‘loutering’. Ds. Mariska vertelde over Gods aanwezigheid in het leven. Dat Hij, bij alles wat ons gebeurt, betrokken is. We kunnen het zien en ervaren als een louteringsproces, een groeiproces naar God  toe. Dat sprak mij erg aan.
Over onze bijdrage in het louteringsproces, door bidden en vasten, werd in deze dienst niets gezegd. Ook niet over het gegeven dat Jezus niets at, veertig dagen lang. Had hij zich daardoor niet maximaal geopend voor zijn groei naar God toe?
Na de dienst kwam ik in  gesprek met de vrouw die in de kerk naast mij had gezeten. Zij zei dat er geen speciaal ‘vasten’ voor haar was in deze tijd. Ze had het niet breed. Het hele jaar rond was het voor haar vastentijd. In de gemeente werd het niet ter sprake gebracht. Het leefde volgens haar niet. Wel was er juist deze week een avond gepland over ‘duurzame voeding’. Dat werd ook aangekondigd op de beamer-presentatie in de kerk.
Daarna vond ik een vrouw die wel vastte. ‘In de veertig dagen is alcohol absoluut verboden’, zei ze stellig. We spraken over het verband tussen geestelijke en lichamelijke voeding. Zij dronk thee, ik koffie. Zij wees mij er op dat hier geen melk, maar witmakers gegeven worden bij de koffie. Een slecht product. Zij had het aangekaart. Er werd niet geluisterd. Deze witte poeder was vooral praktisch, want het bedierf niet. Daarmee was de discussie gesloten. Tot haar spijt.
Ik dronk zwarte koffie. Ik durfde niet te vragen of die wel zuiver was. Zij smaakte mij op dat moment zeer goed. Dat wilde ik graag zo houden.  
 Ds. Mariska vertelde mij dat zij vroeger, toen zij persoonlijk een moeilijke periode in haar leven doormaakte, gewoon was te vasten. Het was in een gemeente waar ook anderen meededen. Het was een bewustwordingsproces geweest. De ontdekking dat je ‘nee’ kon zeggen tegen dingen die zich aandienden, dat je vrij was te kiezen. Het vergrootte je  zelfvertrouwen. En men deelde met elkaar sobere maaltijden. Die waren vrolijk en versterkten de saamhorigheid. Nu zat ze in een andere fase. Het ‘vasten’ was overgegaan. En het sprak mensen in haar huidige gemeente niet aan. Ze vonden het moralistisch. En dat wilde ze niet zijn.

in 1995 meer sneeuw
Bij het weggaan zag ik dat er in de hal van de kerk walnoten te koop werden aangeboden. Er stonden nog twee zakken. Voor € 2,= per stuk. De opbrengst was voor de kerk. Ik nam beide mee. Gezonde voeding uit het Betuwse Zetten. Een heerlijkheid voor in de 40-dagen. Het kwam zomaar op mijn weg, in een kerk die niets met vasten had. Vrolijk fietste ik terug naar huis, warm gekleed, regenpak aan, door nog meer vallende natte sneeuw. 
De eerste stap had mij goed gedaan.

Ineke van Middendorp-Sonneveld
emeritus predikante
In de 40-dagentijd, op weg naar de Ander

dinsdag 9 februari 2016

Sneeuwklokjes



De hele maand december was ik op reis in Ethiopië. Thuisgekomen waren er vele indrukken te verwerken. Daarbij was er een vreemd  gevoel van gemis. Eerst dacht ik dat het de kerstsfeer was, de lichtjes en de traditionele kerstliederen. Ethiopië was een heel andere wereld geweest, ook met Kerst. Maar hoe zou ik dat feest missen? Vaak stond het me tegen, vanwege de vele lichtjes en glitter met opgeklopte gezelligheid. Het moest iets anders zijn. Ik ontdekte dat het met de winter te maken had. En met sneeuwklokjes. Deze leken zomaar aan mij voorbij gegaan.  

Sneeuwklokjes spelen een bijzondere rol. Midden in de winter komen zij aan het licht en kondigen met hun kopjes boven de koude grond de lente aan. Doorzetters zijn het. De pastorietuin in Hoogkarspel was er altijd vol van. Elk jaar plukte ik ze, maakte vele boeketjes en deelde ze uit.
 Ze spraken hun eigen stille taal in groepjes van vijf ‘een hand vol’ of van zeven ‘voor elke dag van de week één’.  Sneeuwklokjes staan voor mij symbool voor de Dwaze Moeders van Argentinië, die indertijd met hun witte hoofddoekjes protesteerden tegen het gewelddadige, harde militaire regiem. De Moeders wilden opheldering over hun verdwenen kinderen en kleinkinderen. Zij waren niet bang. Lieten van zich horen. Kwetsbaar stonden ze daar in de kou op de Plaza de Mayo. Klokkenluiders. Sneeuwklokjes.

Dit jaar waren zij uit beeld, omdat ik zelf uit beeld was geraakt. In eigen tuin stonden er maar een paar. ‘s Nachts droomde ik  dat het voorbij was met de klokjes. Zij zijn uitgerangeerd,  gestorven door het veranderende klimaat. Iedereen vliegt maar de wereld over. Ook ik had eraan meegedaan. Ik droomde mijn eigen schuldgevoel. De aarde warmt op. Er is geen winter meer. Het is allang lente. Er hoeft niets ingeluid te worden.
Maar een volgende dag vond ik ze toch volop bloeiend bij de boerderij waar ik melk haalde. Een grote tuin vol. Ik vroeg of ik er vijftig van mocht hebben. Voor de spirituele maaltijd van de kerk, die we begin februari moesten verzorgen, wilde ik op elke tafel sneeuwklokjes, in boeketjes van zeven. Zij staan voor de weg van zeven weken die we naar Pasen hadden te gaan. En voor de zeven maal zeven dagen erna, van Pasen naar Pinksteren.

De sneeuwklokjes staan aan het begin van die lange weg en luiden stil de tijden in. Ze lieten zich weer in overvloed plukken. En de boerin zei: ’Kom gerust hier terug als ze uitgebloeid zijn om wat bolletjes uit te graven en ze in je eigen tuin te poten’. Een duurzaam, kostbaar geschenk werd me gegeven.

Ineke van Middendorp-Sonneveld
8 februari 2016