zondag 20 december 2015

Naar de vierde advent.



Met zijn vieren maken we een rondreis door Ethiopië: met zwager en(schoon)zus, Wim en ik. Het is helemaal  georganiseerd. We trekken langs toeristische hoogtepunten met een gids en een busje dat ons bij restaurants en onze hotels brengt.  Twee dagen worden wij (Wim en ik) alleen gelaten.  Zwager en (schoon)zus zijn naar het noordelijke Axum. Wij blijven achter in Gondar.  Zo was ook de planning.  Vrij. We mogen onze dagen op eigenwijze invullen.

We hebben gekozen voor een ander hotel. Tot zaterdag  19 december zaten we in Gondar in hotel Goha. Dat ligt als een burcht hoog op de berg, met een prachtig uitzicht over de stad en de gehele streek. Je kunt er prachtig de zon zien ondergaan en ’s morgens weer opkomen.  Op zo’n 50 meter afstand van de ingang van het hotel moet je door een checkpoint. Er is een slagboom over de weg. Wachters en militairen controleren de mensen die naar binnen willen. Uitstappen en fouilleren. Soms wat willekeurig,  alleen de mannen. Er staat niet altijd een vrouw klaar om het werk te doen? Of is er een andere reden? Voor de deur van het hotel is het een komen en gaan van dure auto’s, busjes en landrovers van verschillende organisaties, die de gasten naar de mooie, zonnige, avontuurlijke en culturele plekken in Ethiopië brengen. Hier is het veilig en hygiënisch. Ook het eten kan op deze plek gerust genuttigd worden. In het zwembad wacht het water op badgasten. We hebben niemand er gebruik van zien maken. Boven op de berg voelt het soms toch wel een beetje koud. De tuin rond het bad wordt goed verzorgd. Een man is elke dag  urenlang in de weer met het water geven van planten en struiken.
 
Zaterdag stonden we bepakt en bezakt in de hal van het hotel en vroegen bij de receptie om een taxi, een tjoek-tjoek. Een super eenvoudig driewieler autootje. De man keek ons onderzoekend aan, pakte de telefoon en regelde het.  Toen onze taxi kwam aantuffen, mocht hij niet zomaar langs het checkpoint.  Wij verlieten derhalve te voet de eerste 50 meter van deze burcht en stapten in. We gingen van vier sterren naar drie. Het was de zaterdag voor de vierde advent. We daalden af, downtown. Ons nieuwe hotel –  de Fasil Lodge - lag in de centrum van de stad. We waren benieuwd. Een sterretje minder. Donkerder dus. Eenvoudiger en sober voor ons doen op deze reis. Nog steeds luxe, met een eigen douche en toilet. Tv en internet. Het leek een rustige plek.
In de nacht naar de vierde advent werden we om 0.30 uur gewekt door  de orthodoxe kerken waarvan er midden in de stad verschillende zijn.  Zij strooiden middels luidsprekers schel hun liturgische teksten en gebeden uit over de gehele stad.  Zongen zij – voor ons onverstaanbaar - over hun verwachting, de hoop, de belofte van de geboorte van Christus? Ik bleef er een tijdje naar luisteren, sliep weer in, werd weer wakker, sliep weer in. Ik droomde dat ik in Maassluis over de dijk fietste door  een wit laagje sneeuw. Achter mij klonk een zuiver meerstemmige engelenzang. Ik keek achterom en zag dat er drie mooie blonde meiden achter me reden. Ik werd weer wakker en hoorde het vreemde zingen van de voorgangers van de kerken hier, bij tijd en wijle met gemeentezang beaamd . Een niet te beschrijven indringend geluid als van deinende golven, een nasaal dreunen, harder en zachter, een kakofonie van stemmen. Ik dacht daarbij een cello te horen, maar dat leek mij niet waarschijnlijk. De stad werd met gebeden de zondag ingedragen en wakker gezongen. Om 6.00 uur gingen ook de vogels meedoen.  Het werd tijd om op te staan.
Vlakbij ons hotel  liggen de kerken. We liepen naar de Michaelskerk. De dienst werd buiten in de open lucht door veel mensen, zittend en staand onder de bomen, gevolgd. Vrouwen, kinderen en mannen,  meestal gehuld in witte gewaden en doeken.  Vol eerbied knielend en buigend, bewogen door de gebeden en liederen.  De grond kussend, of de muur van de kerk.  Armoede. Rijkdom.

Het is de zondag van de vierde advent. We zijn op weg naar Kerst, de geboorte van het Christuskind. Hij laat zich vinden in het donker, ziet het levenslicht in schamele eenvoud,  in een stal, bij de os en de ezel.  Het gezang wijst ons een weg. In Ethiopië moet er heel veel plaats voor Hem zijn.


Ineke van Middendorp-Sonneveld
Gondar,  vierde advent 2015.