dinsdag 16 februari 2016

De eerste stap Zetten – zondag 14 februari 2016


Het project van de Protestantse Kerk in Nederland voor de 40-dagentijd heet: ‘zet een stap naar de ander’. Ik wil gehoor geven aan de oproep door elke zondag naar een andere kerk te gaan als zoekende vreemdeling. Ik wil mensen vragen naar hun vastenpraktijk in deze tijd voor Pasen. Van gemeenteleden en dominee hoop ik te horen wat het voor hen betekent.
De eerste stap is naar Zetten, naar een gezamenlijke dienst van Vluchtheuvelgemeente en de Rank met ds. Mariska van Beusichem.
Het regende natte sneeuw ‘s morgens. Maar warm gekleed, met een regenpak aan, had de kou geen vat op mij. Ik genoot onderweg van de rust van de zondagmorgen. In Zetten volgde ik eerst de roep van de kerkklokken. Daarna ontdekte ik het stille luiden van vele sneeuwklokjes in de pastorietuin naast de kerk. Ze hadden zich verdekt opgesteld in het wit geworden gras. Het maakte me blij. Ik was er. Het regenpak kon uit. Mijn voeten waren wat koud geworden. In de kerk verdreef de vloerverwarming het ongemak.
De lezing voor deze zondag was Lucas 4 vers 1 – 13. Deze begint zo: ‘Vervuld van de heilige Geest trok Jezus weg van de Jordaan, en geleid door de Geest zwierf hij veertig dagen rond in de woestijn, waar hij op de proef werd gesteld. Al die tijd at hij niets, en toen de veertig dagen verstreken waren, had hij grote honger’. Dan komt de duivel met zijn ‘verleidingen’. Daarover ging de preek. Wat betekende dat woord? Wat wilde de duivel? Welke rol speelde hij? Het ging niet zozeer over verleiding of verzoeking – maar over ‘loutering’. Ds. Mariska vertelde over Gods aanwezigheid in het leven. Dat Hij, bij alles wat ons gebeurt, betrokken is. We kunnen het zien en ervaren als een louteringsproces, een groeiproces naar God  toe. Dat sprak mij erg aan.
Over onze bijdrage in het louteringsproces, door bidden en vasten, werd in deze dienst niets gezegd. Ook niet over het gegeven dat Jezus niets at, veertig dagen lang. Had hij zich daardoor niet maximaal geopend voor zijn groei naar God toe?
Na de dienst kwam ik in  gesprek met de vrouw die in de kerk naast mij had gezeten. Zij zei dat er geen speciaal ‘vasten’ voor haar was in deze tijd. Ze had het niet breed. Het hele jaar rond was het voor haar vastentijd. In de gemeente werd het niet ter sprake gebracht. Het leefde volgens haar niet. Wel was er juist deze week een avond gepland over ‘duurzame voeding’. Dat werd ook aangekondigd op de beamer-presentatie in de kerk.
Daarna vond ik een vrouw die wel vastte. ‘In de veertig dagen is alcohol absoluut verboden’, zei ze stellig. We spraken over het verband tussen geestelijke en lichamelijke voeding. Zij dronk thee, ik koffie. Zij wees mij er op dat hier geen melk, maar witmakers gegeven worden bij de koffie. Een slecht product. Zij had het aangekaart. Er werd niet geluisterd. Deze witte poeder was vooral praktisch, want het bedierf niet. Daarmee was de discussie gesloten. Tot haar spijt.
Ik dronk zwarte koffie. Ik durfde niet te vragen of die wel zuiver was. Zij smaakte mij op dat moment zeer goed. Dat wilde ik graag zo houden.  
 Ds. Mariska vertelde mij dat zij vroeger, toen zij persoonlijk een moeilijke periode in haar leven doormaakte, gewoon was te vasten. Het was in een gemeente waar ook anderen meededen. Het was een bewustwordingsproces geweest. De ontdekking dat je ‘nee’ kon zeggen tegen dingen die zich aandienden, dat je vrij was te kiezen. Het vergrootte je  zelfvertrouwen. En men deelde met elkaar sobere maaltijden. Die waren vrolijk en versterkten de saamhorigheid. Nu zat ze in een andere fase. Het ‘vasten’ was overgegaan. En het sprak mensen in haar huidige gemeente niet aan. Ze vonden het moralistisch. En dat wilde ze niet zijn.

in 1995 meer sneeuw
Bij het weggaan zag ik dat er in de hal van de kerk walnoten te koop werden aangeboden. Er stonden nog twee zakken. Voor € 2,= per stuk. De opbrengst was voor de kerk. Ik nam beide mee. Gezonde voeding uit het Betuwse Zetten. Een heerlijkheid voor in de 40-dagen. Het kwam zomaar op mijn weg, in een kerk die niets met vasten had. Vrolijk fietste ik terug naar huis, warm gekleed, regenpak aan, door nog meer vallende natte sneeuw. 
De eerste stap had mij goed gedaan.

Ineke van Middendorp-Sonneveld
emeritus predikante
In de 40-dagentijd, op weg naar de Ander