dinsdag 9 februari 2016

Sneeuwklokjes



De hele maand december was ik op reis in Ethiopië. Thuisgekomen waren er vele indrukken te verwerken. Daarbij was er een vreemd  gevoel van gemis. Eerst dacht ik dat het de kerstsfeer was, de lichtjes en de traditionele kerstliederen. Ethiopië was een heel andere wereld geweest, ook met Kerst. Maar hoe zou ik dat feest missen? Vaak stond het me tegen, vanwege de vele lichtjes en glitter met opgeklopte gezelligheid. Het moest iets anders zijn. Ik ontdekte dat het met de winter te maken had. En met sneeuwklokjes. Deze leken zomaar aan mij voorbij gegaan.  

Sneeuwklokjes spelen een bijzondere rol. Midden in de winter komen zij aan het licht en kondigen met hun kopjes boven de koude grond de lente aan. Doorzetters zijn het. De pastorietuin in Hoogkarspel was er altijd vol van. Elk jaar plukte ik ze, maakte vele boeketjes en deelde ze uit.
 Ze spraken hun eigen stille taal in groepjes van vijf ‘een hand vol’ of van zeven ‘voor elke dag van de week één’.  Sneeuwklokjes staan voor mij symbool voor de Dwaze Moeders van Argentinië, die indertijd met hun witte hoofddoekjes protesteerden tegen het gewelddadige, harde militaire regiem. De Moeders wilden opheldering over hun verdwenen kinderen en kleinkinderen. Zij waren niet bang. Lieten van zich horen. Kwetsbaar stonden ze daar in de kou op de Plaza de Mayo. Klokkenluiders. Sneeuwklokjes.

Dit jaar waren zij uit beeld, omdat ik zelf uit beeld was geraakt. In eigen tuin stonden er maar een paar. ‘s Nachts droomde ik  dat het voorbij was met de klokjes. Zij zijn uitgerangeerd,  gestorven door het veranderende klimaat. Iedereen vliegt maar de wereld over. Ook ik had eraan meegedaan. Ik droomde mijn eigen schuldgevoel. De aarde warmt op. Er is geen winter meer. Het is allang lente. Er hoeft niets ingeluid te worden.
Maar een volgende dag vond ik ze toch volop bloeiend bij de boerderij waar ik melk haalde. Een grote tuin vol. Ik vroeg of ik er vijftig van mocht hebben. Voor de spirituele maaltijd van de kerk, die we begin februari moesten verzorgen, wilde ik op elke tafel sneeuwklokjes, in boeketjes van zeven. Zij staan voor de weg van zeven weken die we naar Pasen hadden te gaan. En voor de zeven maal zeven dagen erna, van Pasen naar Pinksteren.

De sneeuwklokjes staan aan het begin van die lange weg en luiden stil de tijden in. Ze lieten zich weer in overvloed plukken. En de boerin zei: ’Kom gerust hier terug als ze uitgebloeid zijn om wat bolletjes uit te graven en ze in je eigen tuin te poten’. Een duurzaam, kostbaar geschenk werd me gegeven.

Ineke van Middendorp-Sonneveld
8 februari 2016